Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 33

Verwijdering grafbedekking na verstrijken termijn

Onderdeel van Verordening op het beheer van de begraafplaatsen Hendrik-Ido-Ambacht 2021

Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken, de eventueel aanwezige beplanting en de eventueel op het particuliere graf geplaatste losse voorwerpen worden na het vervallen van het grafrecht namens het college verwijderd, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Indien de rechthebbende over het eventueel aanwezige gedenkteken, de eventueel aanwezige beplanting en de eventueel geplaatste losse voorwerpen wenst te beschikken, dient hij deze vóór het verstrijken van de termijn te verwijderen. De in het tweede lid bedoelde verwijdering vindt niet plaats dan op afspraak met de beheerder. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend. Indien het gedenkteken niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Bij grafbedekking die op verzoek van een rechthebbende verwijderd dient te worden, draagt de rechthebbende zelf zorg voor het verwijderen van de grafbedekking. De rechthebbende kan hiervoor zelf opdracht geven aan een steenhouwer of kan zelf zorgen voor de uitvoering van de werkzaamheden na overleg met de beheerder.

Rechtspraak bij dit artikel