Het college kan besluiten de geboden schuldhulpverlening te beëindigen wanneer de cliënt:
de inlichtingen- en medewerkingsverplichting zoals vermeld in artikel 6 en 7 van de wet en artikel 3.1 van deze regels niet of niet behoorlijk nakomt;
niet langer een inwoner is van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen of Schiedam en er geen bijzondere omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 3, vijfde lid van de wet;
niet meer voldoet of kan voldoen aan de voorwaarden uit het plan van aanpak;
geen problematische schuld meer heeft;
zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden;
het traject schuldhulpverlening succesvol heeft afgerond;
schriftelijk heeft aangegeven dat hij niet verder wil met het schuldhulpverleningstraject;
zich misdraagt jegens medewerkers en eventuele derden die namens het college belast zijn met werkzaamheden die voortkomen uit de schuldhulpverlening.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3