Het college verleent belanghebbende voor de duur van 12 maanden toestemming om met behoud van uitkering parttime zelfstandige activiteiten uit te voeren Daarbij houdt het college rekening met zakelijke kosten (verwervingskosten) die de pto’er maakt. Het college volgt daarbij de regels die bij de beoordeling van de inkomstenbelasting door de Belastingdienst worden gehanteerd. De kosten die de pto’er mag opgeven bedragen op jaarbasis maximaal 100% van de behaalde omzet. De kosten en omzet geeft de pto’er maandelijks aan het college door. De pto’er mag de zakelijke kosten verdelen over meerdere maanden.
Na afloop van het boekjaar wordt het definitieve recht op de uitkering bepaald, op basis van de belastingaangifte en de verlies- en winstrekening.
Heeft de pto’er een voorbereidingskrediet uit de Bbz ontvangen? Dan kort het college dat bedrag op de verwervingskosten.
Artikel 4.
Strekking van de regeling
Onderdeel van Beleidsregel bijstand en parttime ondernemen gemeente Utrecht