Indien er sprake is van vermogen boven de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de wet minus de van toepassing zijnde bijstandsnorm van één maand, bestaat er geen recht op bijzondere bijstand.
Het vermogen in de woning met bijbehorend erf als bedoeld in artikel 34 lid 2 onderdeel d van de wet wordt niet in aanmerking genomen. Bij het vaststellen van de draagkracht wordt rekening gehouden met eventuele lagere woonlasten. Bij het bepalen of er sprake is van lagere woonlasten, wordt uitgegaan van de basisnorm voor huurlasten. Het meerdere wordt als draagkracht aangemerkt.
Voor kinderopvangkosten gelden de rekenregels van de Wet Kinderopvang.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5
Het vermogen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2021 ’s-Hertogenbosch