Naar hoofdinhoud
Wanneer er een hulpvraag bij het gebiedsteam wordt aangemeld, loopt dit volgens de meldingsprocedure. Dit bestaat uit de volgende onderdelen Melding hulpvraag Cliëntondersteuning en familiegroepsplan Intake en onderzoek (optioneel) Plan van aanpak Advies en aanvraag maatwerkvoorziening De maximale termijn voor de meldingsprocedure is zes weken. Mocht omwille van de zorgvuldigheid de termijn van zes weken niet gehaald worden, dan wordt hierover gecommuniceerd met het gezin en kan deze termijn worden verlengd. Dit kan voorkomen vanwege het opvragen van informatie bij derden of omdat er sprake is van een complexe hulpvraag. Besluitvormingsprocedure: het nemen van het besluit het opstellen en verzenden van de beschikking De besluitvormingsprocedure heeft een maximale termijn van twee weken. Deze termijn kan bij uitzondering worden verlengd. Hiervoor moet een goede reden zijn en het gezin moet hierover worden geïnformeerd. Dit vloeit voort uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 4.2.1. Melding hulpvraag Een melding van behoefte aan ondersteuning kan door of namens het gezin worden gedaan. De persoon die namens het gezin een melding doet, hoeft niet een vertegenwoordiger van het gezin te zijn, maar kan ook een huisgenoot, iemand uit het sociaal netwerk , een professionele hulpverlener, arts of het transferpunt van het ziekenhuis zijn. Een melding kan gedaan worden bij het gebiedsteam of telefonisch of fysiek bij het loket van de gemeente gedaan worden. Daarnaast is het ook mogelijk om de melding digitaal, via het meldingsformulier op de website van de betreffende gemeente in te dienen. Bij ontvangst van de melding wordt beoordeeld of het gaat om een vraag die in een eerste (telefonisch) contact direct kan worden beantwoord en afgehandeld of dat het een vraag betreft waarbij nader onderzoek nodig is. De beslissing om af te zien van nader onderzoek dient altijd in overleg en met goedkeuring van het gezin te worden genomen. Een melding wordt inclusief de datum van ontvangst geregistreerd. Als de melding digitaal (per e-mail of via een formulier op de website van de gemeente) is gedaan, wordt deze schriftelijk (per e-mail of per post) bevestigd. 4.2.2. Cliëntondersteuning en persoonlijk plan Clientondersteuning Vooraf aan de intake wordt het gezin gewezen op de mogelijkheid om gratis gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. Een cliëntondersteuner kan het gezin tijdens het onderzoek helpen zijn hulpvraag te verwoorden en keuzes te maken. De gemeente heeft MEE Friesland en Zorgbelang Fryslân gecontracteerd voor de onafhankelijke cliëntondersteuning. De cliënt kan daar kosteloos gebruik van maken, maar kan er ook voor kiezen zijn cliëntondersteuning zelf te organiseren. De kosten hiervan zijn dan voor de cliënt zelf. Familiegroepsplan Voorafgaand aan het intakegesprek biedt het gebiedsteam het gezin de mogelijkheid om een persoonlijk plan/familiegroepsplan in te dienen waarin het gezin zelf zijn situatie beschrijft. Dit plan dient binnen zeven dagen na de melding te worden ingediend en voordat een aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening tot stand is gekomen. Aan het Familiegroepsplan kunnen geen rechten voor de toekenning van deze aanvraag, worden ontleend. In het familiegroepsplan staan de volgende zaken beschreven: Welke problematiek in het dagelijks leven ervaren wordt. Wat de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren zijn. Welke mogelijkheden er binnen het sociaal netwerk zijn en welke mogelijkheden en / of voorzieningen al zijn ingezet om het probleem op te lossen of te verminderen. Welke behoefte aan ondersteuning de mantelzorger heeft. 4.2.3.Intake en onderzoek Een melding van behoefte aan ondersteuning wordt nader onderzocht op basis van het eventueel aanwezige persoonlijk plan van het gezin, één of meer gesprekken met het gezin en indien nodig aangevuld met een (medisch) advies van een deskundige. Er wordt onderzocht of het gezin en/of de jeugdige ondersteuning nodig heeft en zo ja, welke vorm van ondersteuning. In dit onderzoek komen onderstaande punten aan bod: Wat de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s) is; Of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn; Wat er nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te kunnen participeren; In hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk hier aan kunnen bijdragen. Tijdens het proces kan het wenselijk zijn om informatie op te vragen van betrokkenen (instanties) zoals de huisarts of de school. Het opvragen van gegevens mag uitsluitend plaats vinden met toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger(s) en jeugdigen vanaf zestien jaar. Daarbij dient in de toestemmingsverklaring opgenomen te worden wie de gegevens opvraagt, bij wie de gegevens worden opgevraagd, om welke gegevens het gaat en met welk doel. Ter bevordering van de snelheid in het opvragen van deze gegevens, kan het gezin zelf de gewenste gegevens opvragen, met de vermelding welk belang hij heeft bij deze gegevens. 4.2.4.Plan van aanpak Op basis van de intake en het onderzoek wordt een verslag gemaakt en indien nodig een plan van aanpak opgesteld. In het plan van aanpak wordt onderstaand aangegeven: Wat de ondersteuningsvraag van de jongere en/of het gezin is; Waarom deze ondersteuning nodig is; Welke doelstelling er wordt nagestreefd met de ondersteuning; Op welke wijze deze ondersteuning wordt vormgegeven; Welke afspraken er zijn gemaakt met het gezin en diens netwerk; Welke voorziening wordt opgesteld indien een individuele voorziening door of namens het gezin wordt aangevraagd. Het gezin ontvangt het plan van aanpak binnen 20 werkdagen na het intakegesprek. Indien de gestelde termijn niet haalbaar is wordt het gezin geïnformeerd over de reden van vertraging. De gezaghebbende ouders(s) en jeugdigen vanaf 16 jaar krijgen de mogelijkheid om het plan te lezen en hierop een reactie te geven. De reactietermijn wordt door het gebiedsteam in samenspraak met het gezin bepaald. Indien nodig worden naar aanleiding van de reactie van het gezin feitelijke onjuistheden in het plan aangepast. Opmerkingen en aanvullingen van het gezin worden aan het plan toegevoegd. 4.2.5. Aanvraag tot individuele maatwerkvoorziening Een uitkomst van het onderzoek kan zijn dat er een individuele voorziening nodig is. De voorziening dient efficiënte en effectieve ondersteuning te bieden zodat er gewerkt kan worden aan de hulpvraag. Opbouw De advies en aanvraag maatwerkvoorziening beschrijft de volgende onderdelen: De ondersteuningsbehoefte van het gezin; Welke voorziening wordt geadviseerd en aangevraagd; De doelen en de resultaten die bereikt moeten worden met deze voorziening; De motivatie waarom deze voorziening (duurzaam, goedkoop en adequaat) voorziet in de ondersteuningsbehoefte; Hoe de individuele voorziening wordt afgegeven. Een individuele voorziening kan op basis van een Zorg In Natura (ZIN) of een Persoons Gebonden Budget (PGB) afgegeven worden. Bij ZIN gaat het om zorgaanbieders die een zorgovereenkomst hebben gesloten met SDF. De kwaliteit van de zorgaanbieder wordt door hen getoetst. Het gebiedsteam behoudt na start van de hulpverlening een regiefunctie. Vanuit deze functie monitort hij samen met het gezin de voortgang van de hulpverlening en er aan de gestelde resultaten wordt gewerkt. Bij een PGB doet de PGB-budgethouder dit zelf (zie hoofdstuk 6). Overeenstemming Wanneer het gebiedsteam en het gezin het eens zijn over de adviesaanvraag dan wordt deze ondertekend. Afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige , dienen (ook) de wettelijk vertegenwoordiger(s)s (gezaghebbenden) van de jeugdige schriftelijk toestemming te geven voorafgaand aan het indienen van de aanvraag van de voorziening. Hierbij dient de onderstaande richtlijn te worden aangehouden. -12 jaar: toestemming één gezaghebbende ; 12-16 jaar: toestemming één gezaghebbende en kind zelf; 16-18 jaar: toestemming kind zelf. Wanneer gezaghebbende ouders uit elkaar of gescheiden zijn, dan is het wenselijk dat beide gezaghebbenden hun handtekening zetten als de jeugdige jonger is dan 16 jaar. Daarnaast is een handtekening van de wettelijke vertegenwoordigers noodzakelijk wanneer het een kind met een verstandelijke beperking betreft en/of er sprake is van een uitwonend traject bij een 16 tot 18 jarige. Bij acute situaties zoals crisis en/of onveiligheid kan er afgeweken worden van bovenstaande regels zodat de noodzakelijke hulpverlening direct kan starten en de toestemming en beschikking achteraf kan worden geregeld. de gedragswetenschapper kan hierbij worden geconsulteerd. Geen overeenstemming In complexe situaties kan het voorkomen dat de wettelijk vertegenwoordigers weigeren om toestemming te geven voor noodzakelijke hulpverlening. Wanneer de veiligheid en/of ontwikkeling van de jeugdige hierdoor in het geding komt, kan er een verzoek tot onderzoek gedaan worden bij de Raad voor de Kinderbescherming met als doel om de noodzakelijke hulpverlening alsnog te laten starten. Indien er geen medewerking wordt verleend aan een zorgvuldig onderzoek en daarmee de noodzaak van de ondersteuning in de vorm van een individuele voorziening niet kan worden vastgesteld, dan adviseert het gebiedsteam negatief op de aanvraag van het gezin. Wanneer het gezin het niet eens is met het afgegeven advies, dan kan er worden besloten om een adviesaanvraag op te stellen met een negatief advies. Hierin staat dat de voorziening die de cliënt wenst, niet door de gemeente afgegeven wordt. Het gezin ontvangt een afwijzende beschikking op de aanvraag voor een voorziening en kan indien gewenst in bezwaar kan gaan tegen de beslissing. 4.2.6. Beschikking De beschikking vormt het sluitstuk van de procedure. De tekst in de beschikking moet begrijpelijk zijn. Het gezin kan aan de beschikking rechten ontlenen en daarom is het van belang dat de beschikking in ieder geval het volgende vermeldt: Welke rechten en plichten de cliënt krijgt op grond van het besluit; De ingangsdatum en eventueel de duur van de verstrekking. Dit is afhankelijk van de gekozen profiel. Wanneer er een herstelprofiel wordt ingezet zijn de resultaten leidend en is het niet mogelijk om voorafgaand een einddatum aan te geven in de beschikking. De einddatum zal volgen wanneer de gestelde resultaten zijn behaald. Bij een duurzaam profiel zal er wel een einddatum genoemd worden in de beschikking. In dit geval zal het gezin geen eindbeschikking ontvangen. In alle andere gevallen wel; Of de voorziening in natura (ZIN) en/of pgb wordt verstrekt; Hoe bezwaar tegen het besluit kan worden gemaakt. Voor een pgb gelden de volgende toevoegingen: Welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; De hoogte van het pgb en hoe dit tot stand is gekomen; De duur van de verstrekking en waarvoor het pgb is bedoeld; De wijze van verantwoording en besteding van het pgb; Dat de cliënt of diens vertegenwoordiger zelf contact moet opnemen wanneer de situatie verandert. Verslag als motivatie De motivatie van het besluit leunt op de bevingen van het onderzoek van het gebiedsteam. In de beschikking wordt verwezen naar deze motivatie.

Rechtspraak bij dit artikel