Naar hoofdinhoud
2.1 Rijksbeleid Ladder voor duurzame verstedelijking De zgn. ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing bij een stedelijke ontwikkeling. Volgens de huidige jurisprudentie wordt woningbouw vanaf 11 woningen of meer aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling waarop de ladder van toepassing is. Trede 1 van de ladder gaat over de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Trede 2 bevat de aanvullende motiveringseis indien buiten het bestaand stedelijk gebied een stedelijke ontwikkeling gaat plaatsvinden. In deze motiveringseis moet tot uiting komen waarom binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de beoogde stedelijke ontwikkeling. 2.2 Provinciaal beleid De provinciale omgevingsverordening gaat uit van het principe zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Indien een woningbouwontwikkeling plaatst vindt buiten bestaand bebouwd gebied is een aanvullende motivering vereist, waarom de ontwikkeling niet mogelijk is binnen bestaand bebouwd gebied. Een bestaand bebouwd gebied is in de verordening gedefinieerd als gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover een schriftelijk advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Stedelijke functies zijn functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met de daarbij behorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen. Als groene omgeving worden de gronden aangemerkt die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. Daarnaast kent de provinciale omgevingsverordening het principe bouwen voor lokale behoefte en regionale afstemming. De gemeenteraad heeft binnen de provinciale kaders beleidsruimte om invulling te geven aan het principe zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Deze beleidsnota, samen met het andere gemeentelijke beleid, voorziet hierin. 2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Structuurvisie De gemeente Dinkelland heeft in 2013 een structuurvisie voor het gehele grondgebied vastgesteld. In de structuurvisie wordt op hoofdlijnen de integrale visie van het gemeentebestuur op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente weergegeven en bevat de ruimtelijke vertaling van de ontwikkelingsrichting van de gemeente en de afzonderlijke kernen. Om als gemeente medewerking te kunnen verlenen aan een verzoek voor bouwen op een inbreidingslocatie is het van belang dat de aanvraag past in de structuurvisie. Belangrijke ontwikkellocaties zijn hierin al aangegeven. Een nieuwe ontwikkeling wordt volgens de structuurvisie passend geacht op zo’n aangegeven locatie. Onder het beleidsveld Wonen (paragraaf 3.6) is in de Structuurvisie Dinkelland aangegeven dat de voorkeur in eerste instantie uitgaat naar inbreiding en herstructurering voordat er uitbreiding plaatsvindt. Daarbij wordt aangetekend dat dit deels is vastgelegd in het woningbouwprogramma. De beleidsnota is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Structuurvisie Dinkelland en een nadere invulling van de visie op hoofdlijnen. De structuurvisie zal worden opgevolgd door de omgevingsvisie. 2.3.2 Woonvisie en uitvoeringsnota woningbouw en programmeringsnotitie kwalitatieve woningbouw In de woonvisie, de uitvoeringsnota woningbouw en de programmeringsnotitie kwalitatieve woningbouw wordt invulling gegeven aan het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid. De woningmarkt in Dinkelland laat tot 2029 een groei in het aantal huishoudens zien. In de periode na 2029 ontstaat naar alle waarschijnlijkheid een punt waar over het algemeen geen extra grondgebonden woningen meer nodig zijn. De groeiende doelgroep ouderen laat in beginsel voldoende grondgebonden woningen achter voor jongeren. In kwalitatieve zin is een gebrek te zien in adequate huisvesting voor senioren en in beperktere vorm voor starters. In de bovengenoemde nota’s is ingezoomd op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan woningbouw binnen Dinkelland, zowel op korte termijn als op langere termijn. Toevoeging van nieuwe woningen, op basis van het inbreidingsbeleid moet voldoen aan de concrete lokale behoefte, zoals verwoord in het gemeentelijk beleid en zal passend moeten zijn in de aantallen woningen die de raad beschikbaar stelt voor inbreiding. 2.3.3 Ander gemeentelijk beleid Daarnaast kan andersoortig gemeentelijke beleid, zoals de detailhandelsvisie een rol spelen in de afweging. Het initiatief moet ook passen in het gemeentelijk beleid dat van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel