4.1 procedurele aspecten
Een aanvraag moet in de vorm van een principeverzoek worden ingediend. Een initiatiefnemer moet duidelijk aangeven waarom het initiatief past binnen het inbreidingsbeleid, welke locatie aan de orde is en wat de plannen van de initiatiefnemer zijn.
Wanneer een stedenbouwkundig ontwerp en onderbouwing moeten worden opgesteld dan wordt dit na aanlevering ter advisering voorgelegd aan het kwaliteitsteam (Q-team). Wanneer daar een positieve beoordeling uit voorkomt dan kan het plan verder worden uitgewerkt en de benodigde procedure gevolgd.
Bij een herontwikkeling zal in principe een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk zijn. Naast de genoemde stedenbouwkundige voorwaarden in paragraaf 3.4 zullen de volgende aspecten een rol spelen in de bestemmingsplanprocedure:
Milieuaspecten: zoals bodem, geluid, geur, luchtkwaliteit en externe veiligheid;
Water;
Verkeer en parkeren;
Flora en fauna (en stikstof);
Archeologie/cultuurhistorie.
Voor de start van de formele (bestemmingsplan-)procedure moet een initiatiefnemer altijd belanghebbenden/ buren betrokken hebben bij de planvorming. Hiervan wordt verslag gedaan aan de gemeente.
4.2 Financiële aspecten
In een anterieure overeenkomst worden afspraken gemaakt over de inrichting van het plangebied en te verhalen kosten in het plangebied en, indien van toepassing, bovenwijkse voorzieningen. Verder worden ook afspraken gemaakt over een bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling. De basis is hiervoor gelegd in de door de raad op 10 september 2013 vastgestelde structuurvisie. Onder de Omgevingswet zal het kostenverhaal naar verwachting worden gecontinueerd.
Artikel 4.