**1..** De noodzaak van renovatie is aanwezig als:
aanpassing van het gebouw aan de eisen van het Bouwbesluit op nieuwbouwniveau noodzakelijk is en dit de levensduur verlengt met 40 jaar, of
het gebouw minimaal 40 jaar oud is, tenzij er bijzondere gebouwspecifieke omstandigheden zijn waardoor renovatie eerder nodig is, of
dit het gevolg is van een herschikkingsoperatie, of
dit het gevolg is van ruimtelijke ontwikkelingen, en
als op basis van het afwegingskader renovatie of nieuwbouw van de PO-raad, VO-raad en de VNG renovatie als meest aantrekkelijke optie naar voren komt, en
als het een permanent schoolgebouw is: de leerlingenprognose aantoont dat deze leerlingen minimaal 7 jaar worden verwacht ten opzichte van de meest recente teldatum. De teldatum is 1 oktober, en
binnen de verwijsmogelijkheden volgens artikel 31 geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school.
**2..** De noodzaak van vervangende bouw is aanwezig als:
(delen van) het schoolgebouw in matige of slechte conditie zijn dat onderhoud geen redelijk resultaat oplevert, of
een bouwkundige rapport dat voldoet aan NEN 2767 vaststelt dat het schoolgebouw voldoet aan conditie 5, of
dit het gevolg is van een herschikkingsoperatie, of
dit het gevolg is van ruimtelijke ontwikkelingen, en
als op basis van het afwegingskader renovatie of nieuwbouw van de PO-raad, VO-raad en VNG vervangende nieuwbouw als meest aantrekkelijke optie naar voren komt, en
als het een permanente voorziening is: de leerlingenprognose aantoont dat deze leerlingen minimaal 7 jaar worden verwacht ten opzichte van de meest recente teldatum. De teldatum is 1 oktober, en
als het een tijdelijke voorziening is: de leerlingenprognose aantoont dat deze leerlingen 2 jaar aanwezig zijn, en
binnen de verwijsmogelijkheden volgens artikel 31 geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school.
**3..** De noodzaak van nieuwbouw is aanwezig als:
de school voor het eerst geld van de Rijksoverheid krijgt (dat heet voor bekostiging in aanmerking brengen), en
de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, en
binnen de verwijsmogelijkheden volgens artikel 35 geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en
het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren, en
als het een permanente voorziening is: de leerlingenprognose aantoont dat deze leerlingen minimaal 7 jaar worden verwacht ten opzichte van de meest recente teldatum. De teldatum is 1 oktober, of
als het een tijdelijke voorziening is: de leerlingenprognose aantoont dat deze leerlingen minimaal 2 jaar aanwezig zijn.
**4..** De noodzaak van het uitbreiden van een schoolgebouw is aanwezig als:
de capaciteit van een schoolgebouw minimaal zoveel kleiner is dan de ruimtebehoefte van een schoolgebouw:
voor basisonderwijs: 55 m2 bruto vloeroppervlakte, of
voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: 50 m2 bruto vloeroppervlakte, of
voor voortgezet onderwijs: 10% van de bestaande capaciteit, en
als het een permanente voorziening is: de leerlingenprognose aantoont dat dit aantal leerlingen minimaal 7 jaar wordt verwacht ten opzichte van de meest recente teldatum. De teldatum is 1 oktober, of
als het een tijdelijke voorziening is: de leerlingenprognose aantoont dat dit aantal leerlingen minimaal 2 jaar aanwezig is bij een school, en
de leerlingenprognose aantoont dat het aantal leerlingen dat aanwezig is niet voor minimaal 2 jaar binnen het gebouw of de gebouwen kan worden gehuisvest, en
binnen de verwijsmogelijkheden volgens artikel 31 geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school.
**5..** De noodzaak van het uitbreiden van een speciale school voor basisonderwijs (sbo) of een school voor speciaal onderwijs (so) met een speellokaal is aanwezig als:
tot een school voor speciaal basisonderwijs minimaal 12 kinderen jonger dan 6 jaar of tot een school of afdeling van een school voor speciaal onderwijs kinderen jonger dan 6 jaar worden toegelaten, en
de leerlingenprognose aantoont dat de school minimaal 7 jaar blijft bestaan ten opzichte van de meest recente teldatum. De teldatum is 1 oktober, en
in het schoolgebouw geen speellokaal aanwezig is, en
medegebruik van een speellokaal of gymzaal binnen de verwijsmogelijkheden volgens artikel 31 onmogelijk is, en
het naar oordeel van het college onmogelijk is om tegen redelijke kosten inpandig een speellokaal te realiseren
**6..** De noodzaak van het in gebruik nemen van een gebouw is aanwezig als:
de school voor het eerst geld van de Rijksoverheid krijgt (dat heet voor bekostiging in aanmerking brengen), of
als het huidige gebouw moet worden vervangen of uitgebreid, en
de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, en
als het een permanente voorziening is: de leerlingenprognose aantoont dat de school minimaal 7 jaar blijft bestaan ten opzichte van de meest recente teldatum. De teldatum is 1 oktober, of
als het een tijdelijke voorziening is: de leerlingenprognose aantoont dat deze leerlingen minimaal 2 jaar aanwezig zijn, en
de kosten van het in gebruik nemen en aanpassen naar oordeel van het college in redelijke verhouding staan tot de kosten van renovatie, vervangende nieuwbouw, medegebruik of uitbreiding.
**7..** De noodzaak van het verplaatsen van een tijdelijk gebouw is aanwezig als:
de leerlingenprognose aantoont dat er een tijdelijke behoefte aan huisvesting is voor minimaal 4 jaar bij een school voor voortgezet onderwijs en minimaal 2 jaar is bij een school voor basisonderwijs, en
een beschikbaar leeg of leegkomend tijdelijk gebouw in deze behoefte kan voorzien, en
binnen de verwijsmogelijkheden volgens artikel 31 geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en
het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren, en
de kosten van het verplaatsen naar oordeel van het college in redelijke verhouding staan tot de kosten van een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal leerlingen en voor dezelfde tijd.
**8..** De noodzaak van het verwerven of uitbreiden van een terrein of een deel daarvan is aanwezig als:
het college heeft ingestemd met een voorziening volgens artikel 1 lid 1 a tot en met d, en
de oppervlakte van het bestaande terrein niet voldoende is om deze voorziening te realiseren.
**9..** De noodzaak van aanpassingen of uitbreidingen van een gebouw op grond van gemeentelijk onderwijsbeleid is aanwezig als:
dit een bijdrage levert aan de ontwikkeling van kinderen tussen 0 en 18 jaar, en
dit beleid is vastgesteld door het college of de gemeenteraad, en
de kosten van deze voorziening redelijkerwijs in verhouding staan tot de maatschappelijke en financiële baten van deze voorziening, naar oordeel van het college.
Het college kan hierover een nadere regel vaststellen. In deze nadere regel kan het college aanvullende voorwaarden opnemen.
** 10. .** Noodzaak eerste inrichting
Sub 1. De noodzaak van de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair [of leer- en hulpmiddelen] ontstaat wanneer deze niet eerder is bekostigd.
Sub 2. De noodzaak van eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair van een speellokaal is aanwezig als een speciale school voor basisonderwijs of een speciale school wordt uitgebreid met een speellokaal.
Sub 3. Bij fusie van scholen wordt uitsluitend uitbreiding van eerste aanschaf van onderwijsleerpakket, meubilair [of leer- en hulpmiddelen] toegekend als het aantal leerlingen dat na de fusie groter is dan het totaal aantal leerlingen van de afzonderlijk aan de fusie deelnemende scholen.:
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 26
De criteria waarop het college de aanvraag voor een voorziening beoordeelt
Onderdeel van Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht