Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.

WETTELIJK KADER

Onderdeel van NOTA RECLAMEBELEID GEMEENTE AMELAND 2018

Wettelijk / juridisch kader de Grondwet de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) Privaatrecht Overige wetten en regelgeving Grondwet Bij het maken van beleid voor reclame in de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met het grondrecht om gedachten en gevoelens te openbaren op grond van artikel 7 van de Grondwet. Dit artikel ziet toe op de vrijheid van meningsuiting. In artikel 7, 4e lid van de Grondwet wordt het maken van handelsreclame uitgezonderd van deze bescherming van recht op meningsuiting. Onder handelsreclame verstaat men reclame voor commerciële doeleinden in ruime zin. Hier kan de gemeente dus regels voor opstellen die handelsreclame verbieden of binden aan voorschriften. Wabo Het plaatsen van reclameconstructies valt onder de activiteit ‘bouwen’ waarvoor op grond van artikel 2.1 lid 1.a van de Wabo een omgevingsvergunning nodig is. Het plaatsen van deze objecten valt niet onder de categorie ‘bijbehorende bouwwerken’ zoals genoemd in artikel 2 uit bijlage II van het Bor (Besluit omgevingsrecht) omdat er geen sprake is van een functionele binding met een op het zelfde perceel gelegen hoofdgebouw. Ook vallen deze objecten niet onder een andere categorie vergunningsvrije bouwwerken. Dat betekent dat er voor het plaatsen een omgevingsvergunning nodig is. Door deze vergunningsplicht is er een welstandstoets van Hûs en Hiem nodig. Verder geeft artikel 2.2, lid 1 onder h van de Wabo aan dat in een gemeentelijke verordening kan worden bepaald dat een vergunning is vereist om ‘op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats’. Hier is gebruik van gemaakt in de APV (zie hierna) Welstandstoezicht Of bouwwerken op een bepaalde plaats acceptabel zijn, hangt vooral af van de vraag of de uiting voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Vandaar dat deze eis als toetsingsgrond is opgenomen in de Wabo. De gemeenteraad heeft in de Welstandsnota tal van welstandscriteria vastgesteld. In die Welstandsnota wordt voor terrassen verwezen naar deze nota reclamebeleid. Aanvragen voor een omgevingsvergunning worden daarom getoetst aan deze beleidsnota. Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Ameland In de APV zijn twee artikelen opgenomen over reclame-uitingen. In artikel 2:10 (voorwerpen op of aan de weg) is in lid drie opgenomen, dat dit artikel onder meer betrekking heeft op reclameborden op of aan de weg. Deze nota reclamebeleid heeft specifiek betrekking op de voorschriften die kunnen worden gesteld aan deze reclameborden, waarbij het onder meer gaat om redelijke eisen van welstand. Artikel 4:15 heeft betrekking op hinderlijke of gevaarlijke reclame. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht, ernstige hinder ontstaat voor de omgeving of het gebruik niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Verhouding tussen de Wabo, Woningwet, Wet milieubeheer, Monumentenwet en de APV. De APV is een aanvullende regeling op onder andere de Woningwet en de Wabo. Indien deze wetten van toepassing zijn, zijn de bepalingen van de APV van de gemeente Ameland niet van kracht. Ditzelfde geldt voor op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Monumentenwet en de gemeentelijke monumentenverordening. Als toetsing plaatsvindt aan de hand van de welstandscriteria van de Welstandsnota is er geen plaats meer voor toetsing aan het motief van welstand op grond van de APV. Het is mogelijk dat naast een omgevingsvergunning op grond van de Wabo óók een ontheffing op grond van de APV nodig is. Dit is het geval wanneer er zaken spelen die niet via de Wabo worden geregeld, maar wel via de APV; bijvoorbeeld de verkeersveiligheid of de voorkoming of beperking van overlast door de reclame-uiting. Een aanvraag voor reclame op een gemeentelijk- of rijksmonument wordt getoetst uit het oogpunt van bescherming van monumentale waarden. Privaatrecht Privaatrecht geldt wanneer de gemeente eigenaar is van de grond of het bouwwerk. De gemeente kan dan privaatrechtelijke overeenkomsten afsluiten. Reclameobjecten kunnen verwijderd worden van gemeentegrond. Dit gebeurt binnen het eigendomsrecht (met in acht neming van de beginselen van behoorlijk bestuur). Gemeentewet Voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, kan precariobelasting worden geheven (artikel 228 Gemeentewet). Overige wetten en regelgeving Er is ook andere regelgeving die bepaalde aspecten van reclames regelt, zoals de Woningwet, de (nieuwe) Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer, de Monumentenwet en de provinciale verordening. Deze regelgeving reguleert aspecten van reclames met betrekking tot ruimtelijke ordening, bouwkundige constructie, monumentale en welstandsaspecten. 6.ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Eerst worden de algemene uitgangspunten van dit reclamebeleid geformuleerd. Vervolgens wordt een indeling gemaakt van de gemeente in verschillende gebieden. Tenslotte worden per gebied de uitgangspunten en welstandscriteria van het reclamebeleid vastgelegd. (hoofdstuk 7) Algemene uitgangspunten. Buitenreclame moet in de schaal en de sfeer van de omgeving passen, ermee in evenwicht zijn. De reclame-uiting moet daarnaast esthetisch aanvaardbaar zijn en moet bij voorkeur een toegevoegde waarde hebben voor de openbare ruimte en/of het dorpsgezicht. De doelstelling is dat bewoners en bezoekers Ameland ervaren als een aantrekkelijk eiland. Ameland is voor een groot publiek een verblijfsgebied, waarvan de ruimtelijke kwaliteit zeer belangrijk is. Binnen het reclamebeleid van de gemeente Ameland worden de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: reclame-uitingen zijn alleen aanvaardbaar als zij een directe relatie hebben met de gekozen situering; uitzonderingen hierop zijn de reclames aan abri’s, lichtmasten, sandwichborden en overige mogelijk door de gemeente te plaatsen reclamedisplays; de reclame-uiting zelf vraagt om een zorgvuldige vormgeving en een goede integratie in de gebouwde context; afmetingen en kleur moeten afgestemd zijn op het karakter van de directe omgeving; afmetingen moeten niet groter zijn dan voor een goede leesbaarheid voor die situering noodzakelijk is; reclame-uitingen moeten, qua afmetingen en plaatsing, op de gevelopzet afgestemd worden; de in deze nota te noemen maximum maten moeten in dit licht bezien worden, waarbij zich situaties kunnen voordoen waarbij ook deze maximummaten het welstandsaspect nog te zeer zullen verstoren dan wel ontoereikend zijn; het toepassen van losse letters en het aanlichten van reclameteksten verdient de voorkeur. Lichtbakken zijn alleen toegestaan in uitzonderlijke of bijzondere gevallen. knipperende lichtreclame of wisselende reclametekst zijn slechts toegestaan in zeer uitzonderlijke of bijzondere situaties; merkreclames zijn alleen toelaatbaar als het bedrijf dealer is van één of meerdere producten; dit is om een wildgroei aan reclametekens te voorkomen; billboards (zeer grote reclameborden) zijn niet toegestaan; uitstalling van reclameborden en/of winkelrekken (geplaatst tijdens winkelopeningstijden) is in beginsel toegestaan. Plaatsing op openbaar gebied is niet toegestaan. Reclameborden mogen niet gevaarlijk, hinderlijk en belemmerend zijn voor hulpverleningsvoertuigen, ander verkeer en/of het winkelend publiek. Voorts mogen ze geen te rommelig straatbeeld veroorzaken. Vlaggenmasten, vlaggen en spandoeken Vlaggenmasten hoger dan 6 meter moeten zoveel mogelijk beperkt worden. In beginsel is niet meer dan één vlaggenmast toegestaan per bedrijf of perceel. Afhankelijk van de massa, structuur, maat en schaal en omgeving kan meer dan één mast worden toegestaan. Meer dan twee vlaggen per bedrijf wordt in het algemeen niet wenselijk geacht met uitzondering van grote bedrijven waar afhankelijk van de massa, structuur, maat en schaal en omgeving er eventueel meerdere geplaatst kunnen worden. Bij kleinschalige bedrijven kan het aanbrengen van vlaggen geheel onwenselijk zijn. Bij vestiging van meer dan één bedrijf in een gebouw of op een perceel wordt maatwerk toegepast, met inachtneming van het doel en de uitgangspunten van dit reclamebeleid. In het beschermde dorpsgezicht en bij monumenten mag niet meer dan één vlaggenmast geplaatst te worden met een maximale hoogte van 6 meter. Spandoeken met handelsreclame op gevels of over de weg zijn niet toegestaan. De Amelander vlag of de nationale vlag is in beginsel toegestaan mits niet overmatig toegepast. Reclame en verlichting Met betrekking tot verlichting van reclame of het aanlichten van reclame e.d. wordt aangesloten bij het “Beleidsplan Openbare Verlichting”. De daarin genoemde uitgangspunten en overwegingen worden meegenomen bij de beoordeling van de te plaatsen reclame met bijbehorende verlichting. Openbare verlichting in combinatie met reclameverlichting heeft invloed op de sociale- en verkeersveiligheid, de leefbaarheid, duurzaamheid en donkertebeheer en lichtreductie. Per gebied worden de genoemde punten verschillend ingevuld. Verlichting van een natuurgebied is wezenlijk anders dan een centrumgebied. Maar het is duidelijk dat het niet altijd nodig en wenselijk is dat er continu reclameverlichting c.q. reclame die verlicht wordt aanstaat. Per gebied wordt daarom aangegeven of reclame wel verlicht moet worden en als dit het geval is wanneer deze verlichting brandt. Indien dit niet per gebied staat aangegeven dan wordt per geval gekeken wat redelijk en wenselijk is met betrekking tot reclameverlichting en de eventuele bijbehorende branduren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel