**1..** Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien, twintig, dertig of zestig jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particulier graf is uitgegeven en eindigt op het moment dat het aantal jaren dat bij de uitgifte is bepaald is verstreken.
**2..** Het in het eerste lid bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd met telkens een termijn van vijf of tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
**3..** Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met zoveel jaren, dat de dan resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. Deze verlenging wordt naar boven toe afgerond op hele jaren en wordt ambtshalve toegepast.
**4..** In het geval van een dubbel graf dient de termijnsverlenging van beide graven gelijktijdig en met hetzelfde aantal jaren plaats te vinden.
**5..** Een uitsluitend recht als bedoeld in lid 1 kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf.
**6..** Het in lid 1 bedoelde grafrecht wordt door het college schriftelijk bevestigd door middel van een grafakte.
Artikel 15.
Termijnen particuliere graven
Onderdeel van BEHEERVERORDENING BEGRAAFPLAATSEN HARDENBERG 2020