Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden een woonschip ligplaats te doen innemen of ingenomen te doen houden op andere plaatsen dan die op grond van het vierde lid door het college zijn aangewezen 2.. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod genoemd in het eerste lid voor maximaal drie bewoonde varende monumenten, die als zodanig zijn erkend, zulks onder de voorwaarde dat de eigenaar of de gebruiker voorafgaand schriftelijk toestemming heeft verkregen van zowel de eigenaar van het water als de eigenaar van de kade van de plaats waar ligplaats zal worden ingenomen. 3.. Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op woonschepen die in aanbouw of in reparatie zijn, zolang zij zich op of aan een scheepswerf danwel in of bij een reparatie-inrichting bevinden. 4.. Het college wijst bij openbaar bekend te maken besluit gedeelten van openbaar water aan als plaats waar woonschepen bij langdurig verblijf binnen de gemeente met vergunning ligplaats mogen hebben. 5.. Een aanvraag voor een ligplaatsvergunning als bedoeld in het vierde lid moet bij het college worden ingediend op een door hen daarvoor vastgesteld formulier. 6.. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel