Als een overtreding is geconstateerd, kan het bestuursorgaan op verschillende wijzen optreden. De volgende uitgangspunten worden daarbij gehanteerd:
High trust, high penalty.
Belangrijk uitgangspunt bij handhaving is vertrouwen dat de exploitant in de eerste plaats zelf verantwoordelijkheid neemt voor:
de handhaving van de orde in zijn horecabedrijf en in de directe omgeving daarvan;
het voorkomen van aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving;
het verantwoord verstrekken van (alcoholhoudende) drank;
het op verantwoorde wijze exploiteren van speelautomaten.
Uitgaan van vertrouwen brengt een grote eigen verantwoordelijkheid voor exploitanten met zich mee. Dit vereist een goede bedrijfsvoering. Afhankelijk van de aard van de overtreding, krijgt een exploitant in de regel na een eerste overtreding de mogelijkheid zelf maatregelen te treffen om (alsnog) te zorgen voor een deugdelijke exploitatie. Het bestuursorgaan zal in die gevallen volstaan met het geven van een bestuurlijke waarschuwing/waarschuwing bestuurlijke boete. Indien de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat en/of de gezondheid echter na een eerste overtreding of incident ernstig wordt/worden aangetast, of als een exploitant het vertrouwen schaadt door op een niet-verantwoorde wijze een horecabedrijf te exploiteren, kan en zal het bestuursorgaan direct optreden door het opleggen van een bestuurlijke maatregel.
Proportionaliteit en subsidiariteit
Een bestuurlijke maatregel moet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldoen. Dit houdt in dat de maatregel niet verder mag strekken dan noodzakelijk is en dat bij de keuze uit verschillende bevoegdheden geen zwaardere bevoegdheid wordt gebruikt dan de concrete situatie vereist. De proportionaliteit en subsidiariteit zijn in de sanctiestrategie verwerkt.
Afwegen belangen
Het bestuursorgaan weegt in zijn besluitvorming over een bestuurlijke maatregel het belang van de exploitant (en eventueel derden) af tegen het algemene belang dat de betreffende geschonden regel beschermt, zoals de openbare orde, veiligheid, woon- en leefklimaat of gezondheid. Het belang van de openbare orde, veiligheid, woon- en leefklimaat of gezondheid weegt daarbij zwaar en prevaleert doorgaans boven het (veelal financiële) belang van de exploitant of derden. Het bestuursorgaan heeft daarbij een beginselplicht tot handhaving. Dat wil zeggen dat in beginsel opgetreden moet worden tegen overtredingen, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die niet optreden rechtvaardigen.
De exploitant daarentegen heeft een zogenoemde risicoaansprakelijkheid. Dat wil zeggen dat als door een incident of gedraging van derden de openbare orde, veiligheid en/of het woon- en leefklimaat is aangetast of de gezondheid in het geding is, een maatregel getroffen kan worden ongeacht de vraag of de exploitant iets te verwijten valt. Wel wordt na een incident of overtreding gekeken naar de handelswijze van de exploitant voor, tijdens en na het incident. Hoe heeft een exploitant gehandeld? Wat heeft de exploitant gedaan om het incident of de overtreding te voorkomen? Wat is de geschiedenis ten aanzien van het horecabedrijf en de exploitant? De openbare orde, veiligheid en het woon- en leefklimaat zijn altijd leidend. Het kan dus zijn dat de exploitant heeft gedaan wat hij kon, maar dat toch een maatregel getroffen moet worden om de openbare orde, veiligheid en het woon- en leefklimaat in en rond het horecabedrijf te herstellen.
Afwijkingsbevoegdheid
In het verlengde hiervan geldt in zijn algemeenheid dat het bestuursorgaan bij de besluitvorming over te treffen maatregelen een inherente afwijkingsbevoegdheid heeft. Echter de stappen in de sanctietabellen gelden als uitgangspunt. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan het bestuursorgaan afwijken van deze uitgangspunten. Zo kan het bestuursorgaan besluiten van een maatregel af te zien of te volstaan met een bestuurlijke waarschuwing. Het bestuursorgaan kan echter ook besluiten een stap over te slaan (en bijvoorbeeld wel een bestuurlijke maatregel te treffen waar normaliter eerst een bestuurlijke waarschuwing zou volgen). Het bestuursorgaan zal dit in het besluit expliciet motiveren.
Meerdere maatregelen/stapeling
Het kan voorkomen dat sprake is van meerdere overtredingen tegelijk waarbij, volgens de sanctietabellen, meerdere maatregelen moeten worden opgelegd. Bij stapeling van overtredingen zal zoveel mogelijk worden opgetreden door middel van één brief, met daarin de in de sanctietabellen genoemde aanpak ten aanzien van de overtredingen. Bijvoorbeeld een bestuurlijke waarschuwing voor de ene overtreding en een sluiting voor een andere overtreding. In geval van samenloop van twee bestuurlijke maatregelen die qua vorm gelijk zijn (bijvoorbeeld tijdelijke sluiting), maar qua zwaarte ongelijk, worden de sancties in principe niet bij elkaar opgeteld, maar wordt de zwaarste sanctie opgelegd. Dit geldt echter niet voor de bestuurlijke boete. Het samengaan van overtredingen en incidenten kan het bestuursorgaan doen besluiten om een handhavingstap over te slaan of een zwaardere maatregel te treffen. Het bestuursorgaan zal dit in het besluit expliciet motiveren.
Bestuursrecht en strafrecht
Het is mogelijk dat zowel op grond van het bestuursrecht als op grond van het strafrecht een sanctie wordt opgelegd wanneer een incident of overtreding heeft plaatsgevonden. Bestuursrecht en strafrecht kunnen naast elkaar worden toegepast, zolang zij een ander doel dienen (te weten herstel en bestraffing). Het Openbaar Ministerie kan besluiten om degene die de overtreding heeft begaan te vervolgen. Het bestuursorgaan kan daarnaast een bestuursrechtelijke maatregel nemen.
Erfelijke belasting
Wanneer een nieuwe exploitant of rechtspersoon het bedrijf overneemt, wordt in beginsel de sanctietabel teruggebracht naar de startsituatie. In een aantal situaties kan het zijn dat de sanctietabel blijft gelden. Dit geldt in ieder geval als:
een exploitant zijn ondernemingsvorm wijzigt, bijvoorbeeld wanneer er een vennoot in het horecabedrijf bijkomt. De nieuw intredende exploitant krijgt dan ook te maken met het verleden van zijn compagnon;
een exploitant in de tussentijd zijn vergunning wijzigt of vernieuwt;
een leidinggevende of de partner van de exploitant op dezelfde locatie het gevestigde horecabedrijf overneemt.
Verjaring
Er geldt een verjaringstermijn voor gesanctioneerde overtredingen en incidenten. Voor de volgende overtredingen/incidenten geldt een verjaringstermijn van vijf jaar:
zeer ernstige incidenten;
ernstige incidenten;
het uitoefenen van een seksbedrijf zonder vergunning;
heling;
illegaal gokken;
underground banking;
illegale tewerkstelling;
overtredingen van de Opiumwet.
Voor het opleggen van een tweede bestuurlijke boete voor dezelfde overtreding, geldt een verjaringstermijn conform het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet.
Voor alle overige overtredingen/incidenten geldt dat een volgende stap wordt gezet wanneer binnen twee jaar na een vorig incident of vorige overtreding, waarvoor een bestuurlijke waarschuwing, waarschuwing bestuurlijke boete dan wel bestuurlijke maatregel is opgelegd, opnieuw een zelfde incident of zelfde overtreding plaatsvindt. Een overtreding of incident blijft wel vijf jaar meetellen. Vindt een overtreding of incident binnen vijf jaar na de vorige overtreding of het vorige incident plaats, maar is de vorige keer langer dan twee jaar geleden, dan wordt de handhavingsstap herhaald.
In alle gevallen geldt dat, indien op een geconstateerde overtreding of incident een tijdelijke sluiting of een intrekking of schorsing van de exploitatievergunning, drank- en horecavergunning of aanwezigheidsvergunning volgt, de verjaringstermijn verlengd wordt met de duur van de sluiting, intrekking of de schorsing.
Spoedsluiting
Bij ernstige en acute verstoringen van de openbare orde, veiligheid en/of het woon- en leefklimaat, bijvoorbeeld in het geval van een geweldsincident, kan het bestuursorgaan besluiten tot onmiddellijke sluiting van het horecabedrijf voor de duur van twee weken. Deze sluiting dient om de openbare orde, veiligheid en/of het woon- en leefklimaat in en rond het horecabedrijf te laten herstellen. Deze periode is ook bedoeld om meer informatie te krijgen over de toedracht van het incident dat de openbare orde heeft verstoord.
In deze twee weken maakt de medewerker van de politie of de toezichthouder van de gemeente Schiedam een bestuurlijke rapportage op voor het bestuursorgaan en wordt op basis van de bestuurlijke rapportage een zienswijzegesprek met de exploitant gevoerd. De tijdelijke sluiting van twee weken wordt in beginsel opgevolgd door een langere sluiting. Als uit onderzoek en een zienswijzegesprek met de exploitant blijkt dat er geen kans is op herhaling van het incident en/of de openbare orde, veiligheid en/of het woon- en leefklimaat niet zodanig is verstoord dat heropening van het bedrijf onverantwoord is, kan het bestuursorgaan besluiten dat een langere sluiting niet noodzakelijk is.
Sanctietabellen
In de sanctietabellen is opgenomen hoe het bestuursorgaan optreedt tegen de diverse overtredingen van de horecaregelgeving.
Vastgesteld door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, op 12 januari 2021
Artikel 3.