Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor de activiteit vellen als bedoeld in artikel 5 weigeren, dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.
De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 kan worden geweigerd, indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:
natuurwaarden van de houtopstand;
landschappelijke waarden van de houtopstand;
cultuurhistorische waarden van de houtopstand;
beeldbepalende waarden van de houtopstand;
waarden van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
dendrologische waarde van de houtopstand;
waarden van de houtopstand voor de leefbaarheid.