Naar hoofdinhoud

Artikel 9:

Herplant/instandhoudingsplicht

Onderdeel van Bomenverordening 2017 ‘s-Hertogenbosch

Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van artikel 3 of artikel 5 van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen en binnen een door hen te stellen termijn. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan wordt daarbij tevens bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften behoren, het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het Bomenfonds. De geldelijke bijdrage kan worden vastgesteld op grond van de boomwaarde. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om: overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; een Bomeneffect-analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag. Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel