Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2021

1.. De reclameheffing wordt geheven per vestiging. 2.. De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de voor de vestiging vastgestelde waarde in het kalenderjaar. 3.. Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 1 is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging. 4.. Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 2, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarden die aan de vestiging kunnen worden toegerekend. 5.. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 6.. Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt in tariefgebied A – binnen de ring van de kern Den Burg - € 317,10 per vestiging. 7.. Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 211.400,00 wordt het in vorige lid genoemde bedrag in tariefgebied A vermeerderd met € 1,317 per € 1.000 aan waarde. 8.. De heffing in tariefgebied A bedraagt maximaal € 1.585,50 per vestiging. 9.. Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt in tariefgebied B, buiten de ring, doch binnen de bebouwde kom van de kern Den Burg, € 52,80. 10.. Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 211.400 wordt het in het vorige lid genoemde bedrag in tariefgebied B vermeerderd met € 0,220 per € 1.000 aan waarde 11.. De heffing in tariefgebied B bedraagt maximaal € 264,25 per vestiging 12.. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel