Naar hoofdinhoud
Afdeling 8.1 uit hoofdstuk 8 van het Bouwbesluit 2012 schrijft voor dat de uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden op een zodanige wijze wordt uitgevoerd, dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder, zo veel mogelijk wordt voorkomen. Maatregelen die de veiligheid van de omgeving moeten waarborgen dienen te worden vastgelegd in een bouw- of sloopveiligheidsplan. De term “zoveel mogelijk” is voor discussie vatbaar. Onveilige situaties moeten altijd worden voorkomen en in het geval van hinder is dat meestal juist niet mogelijk en dan gaat het om beperkende maatregelen. De acceptatie van hinder en daarmee de grenzen die daaraan kunnen worden gesteld, zijn lokaal verschillend. Dit geldt ook voor de door het bevoegd gezag vast te leggen handhavingsstrategie. Dit geldt overigens ook voor de schade, die niet een onveilige situatie veroorzaakt. In voorliggende richtlijn is gekozen voor een “strenge” ondergrens, waarbij het bevoegd gezag deze grenzen kan verruimen door middel van een ontheffingsbeleid (zie paragraaf 3.7). Het is aan het bevoegd gezag om op basis van projectgebonden maatwerk een voor dat project passend bouw- of bouwveiligheidsplan te vragen en te beoordelen. De aanvrager weet daarbij ook niet vooraf of het door hem ingediende bouwveiligheidsplan voldoet aan de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt. Dit levert in de praktijk veel administratieve en bestuurlijke lasten op. In deze richtlijn zijn de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 nader uitgewerkt. De richtlijn heeft als doel zowel de aanvrager als het bevoegd gezag te ondersteunen om te komen tot een goed en deugdelijk bouwveiligheidsplan. De richtlijn is ontwikkeld vanuit ervaring met een groot aantal getoetste en beproefde bouwveiligheidsplannen en er is, waar mogelijk, geput uit jurisprudentie en normen. Wordt door een aanvrager een bouwveiligheidsplan ingediend volgens deze richtlijn, dan mag hij er in de basis van uitgaan dat het bevoegd gezag voldoende informatie heeft om deze te beoordelen. Wordt het bouwveiligheidsplan dat is ingediend, vervolgens getoetst aan de criteria in deze richtlijn, dan kan het bevoegd gezag hierover een goed besluit nemen. In deze richtlijn zijn diverse documenten als voorbeelden toegevoegd, zoals een model-bouwveiligheidsplan en een BLVC-plan (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie). In navolging van het Bouwbesluit 2012 wordt voor begrippen als bouw- en sloopveiligheidsplan hierna het begrip “veiligheidsplan” gehanteerd.

Rechtspraak bij dit artikel