**1..** Een Bibob-quickscan vindt plaats bij de volgende aanvragen:
horecavergunningen (artikel 3 Drank- en Horecawet), met uitzondering van:
vergunningen voor paracommerciële horeca-inrichtingen als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet;
vergunningen voor slijtersbedrijven;
vergunningen aangevraagd door een reeds bestaande (en vergunde) horecaonderneming in verband met wijziging van de ondernemingsvorm, mits de persoon/personen van de ondernemer(s) gelijk blijft/blijven en er geen nieuwe personen als ondernemer worden toegevoegd. Voorwaarde is wel dat er bij de eerdere vergunningverlening reeds een Bibob-toets heeft plaatsgevonden, waarbij geen mate van gevaar is gebleken, én dat deze toetsing niet langer dan 2 jaar geleden heeft plaatsgevonden. De hiervoor genoemde voorwaarde dat er geen nieuwe personen als ondernemer mogen worden toegevoegd, geldt niet voor zover er sprake is van toevoeging van de echtgenoot of levenspartner van de bestaande ondernemer(s).
horeca-exploitatievergunningen (artikel 2.3.1.2 Algemene plaatselijke verordening gemeente Landgraaf 2008), met uitzondering van:
vergunningen voor coffeeshops;
vergunningen voor waterpijpcafé’s;
vergunningen aangevraagd door een reeds bestaande (en vergunde) horecaonderneming in verband met wijziging van de ondernemingsvorm, mits de persoon/personen van de ondernemer(s) gelijk blijft/blijven en er geen nieuwe personen als ondernemer worden toegevoegd. Voorwaarde is wel dat er bij de eerdere vergunningverlening reeds een Bibob-toets heeft plaatsgevonden, waarbij geen mate van gevaar is gebleken, én dat deze toetsing niet langer dan 2 jaar geleden heeft plaatsgevonden. De hiervoor genoemde voorwaarde dat er geen nieuwe personen als ondernemer mogen worden toegevoegd, geldt niet voor zover er sprake is van toevoeging van de echtgenoot of levenspartner van de bestaande ondernemer(s).
ontheffingen voor de openstelling van avondwinkels (artikel 6 Verordening winkeltijden Landgraaf 2012;
vergunningen voor speelgelegenheden (artikel 2.3.4.1 Algemene plaatselijke verordening gemeente Landgraaf 2008);
vergunningen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning bouwactiviteit) ten behoeve van:
bouwactiviteiten met bouwkosten1Onder bouwkosten wordt verstaan het bedrag zoals vastgesteld door de gemeente. van € 500.000,- of meer, met uitzondering van bouwactiviteiten aangevraagd door een rechtspersoon aan wie niet langer dan 2 jaar geleden reeds een omgevingsvergunning is verleend én er in dat kader een Bibob-toets heeft plaatsgevonden en daarbij geen mate van gevaar is gebleken.
bouwactiviteiten met bouwkosten tussen de € 50.000,- en € 500.000,- indien de aanvraag ziet op een gebruiksfunctie die valt binnen een van de navolgende risicocategorieën:
horecabedrijven (inclusief coffeeshops, hotels, etc.);
seksinrichtingen (o.a. prostitutiebedrijven, erotische massagesalons, seksbioscopen, seksautomatenhallen, sekstheaters, parenclubs);
escortbedrijven;
speelautomatenhallen;
afvalopslag-, afvalbewerkings- en afvalverwerkingsbedrijven (waaronder autosloperijen);
belwinkels;
head-, smart- en growshops;
de autohandel;
transportondernemingen;
sloopbedrijven;
kapsalons;
cadeauwinkels;
kamerverhuurbedrijven waarbij sprake is van verhuur van 5 of meer kamers;
zonnestudio’s;
tattooshops;
bedrijfsmatige sauna’s;
sportscholen/fitnesscentra.
**2..** Na de toetsing van de reguliere aanvraag en het uitvoeren van de Bibob-quickscan wordt een volledige Bibob-toets toegepast indien vragen blijven bestaan over met name:
de bedrijfsstructuur, of de activiteiten in en/of in de directe omgeving van de onderneming;
de financiering van het bedrijf/bouwproject;
de omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de financier van de onderneming/bouwproject, de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd/ de eigenaar van het pand waarop het bouwproject betrekking heeft, of de eigenaar van de inventaris van de inrichting;
(andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning/ontheffing zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten, of het gebruiken van voordelen uit strafbare feiten;
(andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde vergunning/ontheffing een strafbaar feit is gepleegd.
Artikel 2.1