Bij de start van onderhandelingen ten aanzien van overeenkomsten met betrekking tot
het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht waarbij de gemeente partij is en die een geldelijke waarde van € 100.000,- of hoger hebben, zal de gemeente de wederpartij ervan in kennis stellen dat een volledige Bibob-toets deel kan uitmaken van de procedure.
De gemeente voert een volledige Bibob-toets uit ten aanzien van bovengenoemde overeenkomsten, indien sprake is van een vermoeden dat sprake is van een bepaalde mate van gevaar als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob.
Dit vermoeden wordt gebaseerd op:
eigen ambtelijk informatie en/of;
informatie afkomstig van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of;
informatie verkregen vanuit het OM zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob en/of;
informatie verkregen van het Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob.
De gemeente gaat geen vastgoedtransactie aan wanneer uit eigen onderzoek, dan wel het advies van Bureau Bibob, blijkt dat er een ernstig gevaar aanwezig is dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, dan wel dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd. Evenmin gaat de gemeente een vastgoedtransactie aan indien uit eigen onderzoek of uit het advies van Bureau Bibob blijkt dat er sprake is van ernstigefeiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van een vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd.
Indien pas na het aangaan van de overeenkomst met betrekking tot
het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht waarbij de gemeente partij is, ongeacht de geldelijke waarde daarvan, een vermoeden mocht ontstaan dat sprake is van een bepaalde mate van gevaar als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob, dan kan alsnog een Bibobtoetsing plaatsvinden. Dit vermoeden wordt gebaseerd op:
eigen ambtelijk informatie en/of;
informatie afkomstig van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of;
informatie verkregen vanuit het OM zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob en/of;
informatie verkregen van het Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob.
In alle overeenkomsten met betrekking tot het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht, waarbij de gemeente partij is, wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot opschorting, ontbinding, of beëindiging van de overeenkomst indien er sprake is van een ernstig gevaar, als bedoeld in artikel 9, derde lid, onder a en b, van de Wet Bibob, dan wel van ernstige feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd (artikel 9, derde lid, onder c, Wet Bibob). De integriteitsclausule houdt tevens in dat de overeenkomst kan worden opgeschort, ontbonden of beëindigd, indien wederpartij heeft nagelaten vragen te beantwoorden of gegevens te verstrekken die zijn gesteld/opgevraagd op grond van artikel 7a en artikel 12 van de Wet Bibob.
De Wet Bibob wordt niet toegepast, ingeval het gaat om een vastgoedtransactie met:
overheidsinstanties;
semi-overheidsinstanties4Semi-overheid is een algemene aanduiding voor allerlei soorten overheidsorganisaties, die "dicht tegen de overheid aan zitten". Kenmerken van semi-overheid is dat er sprake is van:a. wettelijke taken en/of het dienen van een uitgesproken publiek belang enb. een (flinke) publieke financiering.;
toegelaten woning(bouw)corporaties (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels een daartoe verstrekte vergunning).
Artikel 3.1