De manier waarop invulling moet worden gegeven aan de parkeervraag verschilt per gebied. Daar waar buiten de binnenstad van Franeker en in de dorpen de focus meer ligt op oplossingen op eigen terrein is dat in het centrum van Franeker vaak niet mogelijk en wenselijk (bijvoorbeeld in de winkelstraat). Daarnaast geldt in het centrum een vergunningensysteem en betaald parkeren, wat zorgt voor een specifieke dynamiek. Voor de verschillende gebieden geldt een verschillend afwegingskader betreffende de invulling van de parkeervraag.
4.3.1 Algemeen (buiten de binnenstad Franeker)
Uitgangspunt is dat de parkeervraag van een ontwikkeling niet wordt afgewenteld op het openbare gebied of in ieder geval geen problemen veroorzaakt in de openbare ruimte. Wat betreft de invulling van de parkeervraag wordt de volgende afweging gemaakt:
A)Op eigen terrein
Parkeren maakt integraal onderdeel uit van een ontwikkeling en dient in beginsel op eigen terrein of binnen de plangrenzen te worden ingepast. Met het begrip “eigen terrein” wordt het gehele grond- of plangebied bedoeld waarvoor de ontwikkeling van toepassing is. Indien is aangetoond dat de parkeervraag niet (geheel) op eigen terrein kan worden gerealiseerd of dat dit vanuit een breder perspectief niet wenselijk wordt geacht, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van bereikbaarheid van het perceel, dan kan het college besluiten toch medewerking te verlenen aan het initiatief. De parkeervraag dient in dat geval in beginsel op een naburig perceel te worden gerealiseerd.
B) Op een naburig “eigen” perceel
Voor de invulling van de parkeervraag op een naburig (privaat) perceel geldt dat deze moet liggen op redelijke loopafstand van de hoofdingang van de betreffende ontwikkeling (op maximaal 100 meter, werken en winkelen op maximaal 200 meter). Door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst moet worden aangetoond dat deze parkeerplaatsen op dit perceel uitsluitend voor de betreffende ontwikkeling beschikbaar zijn en blijven. Indien is aangetoond dat de parkeervraag niet (geheel) op een naburig perceel kan worden gerealiseerd of dat dit vanuit een breder perspectief niet wenselijk wordt geacht, dan kan het college besluiten alsnog medewerking te verlenen aan het initiatief. De parkeervraag dient in dat geval in de openbare ruimte te worden gerealiseerd.
C) In de openbare ruimte (nieuw te realiseren plaatsen)
Voor extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte (buiten de plangrenzen) geldt dat deze moeten worden aangelegd op redelijke loopafstand van de hoofdingang van de ontwikkeling (zie tabel bijlage). Voor de openbare parkeerplaatsen dient de aanvrager een inrichtingsvoorstel in, voorzien van maatvoering en op schaal getekend. De kosten voor het opstellen van een dergelijk ontwerp zijn voor de aanvrager. De realisatie van de parkeerplaatsen dient stedenbouwkundig en verkeerskundig aanvaardbaar te zijn en dient te passen binnen het bestemmingsplan. De gemeente laat het werk uitvoeren en stelt voorwaarden ten aanzien van uitvoering en materiaalkeuze. Aanleg- en uitvoeringskosten zijn voor de aanvrager. Hiervoor wordt een schriftelijke overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Parkeerplaatsen in de openbare ruimte blijven openbaar toegankelijk en kunnen niet worden geclaimd door de aanvrager.
Indien is aangetoond dat de parkeervraag niet (geheel) op nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte kan worden gerealiseerd of dat dit vanuit een breder perspectief niet wenselijk wordt geacht dan kan het college besluiten toch medewerking te verlenen aan het initiatief. De parkeervraag dient in dat geval binnen de bestaande capaciteit in de openbare ruimte te worden opgevangen.
D)In de openbare ruimte (gebruik restcapaciteit)
Als de voorgaande opties niet mogelijk zijn kan worden bekeken of de parkeervraag kan worden opgevangen binnen de openbare restcapaciteit in de omgeving van de ontwikkeling (zie kader parkeeronderzoek). De gemeente kan redenen hebben geen openbare parkeerplaatsen aan te wenden ten behoeve van de ontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de gemeente andere ontwikkelingen in de omgeving voorziet. De aanvrager kan geen rechten ontlenen aan het bestaan van deze mogelijkheid voor het voldoen aan de parkeerbehoefte. Ook voor het gebruik van de bestaande openbare parkeerplaatsen geldt een maximale loopafstand tot de hoofdingang van de ontwikkeling conform de tabel in de bijlage.
4.3.2 Binnenstad Franeker
Ook in de binnenstad van Franeker geldt het uitgangspunt dat de ontwikkeling niet leidt tot overlast in de omgeving en dat het centrum functioneel en aantrekkelijk blijft. Concreet betekent dit dat we het aantal auto’s van bewoners in het openbaar gebied in het centrum niet te veel willen laten toenemen. Zeker niet op de plekken waar de druk hoog is en ook een grote vraag is naar parkeerplaatsen voor bezoekers. Parkeren op eigen terrein is in de binnenstad niet altijd mogelijk en wenselijk. Dat de auto’s van centrumbewoners in deze gevallen rondom het centrum worden geparkeerd is acceptabel, mits dit gebeurt op de grote openbare terreinen en niet in de omliggende woonstraten. Voorwaarde is dus dat er capaciteit is op de terreinen rondom het centrum. Daarnaast is het belangrijk dat er buiten de reguleringstijden, in de avond en nacht ook voldoende plaats is in het centrum. Voor de binnenstad is de afweging met betrekking tot de invulling van de parkeervraag afgestemd op de betreffende doelgroep (bewoner, werker, bezoeker) omdat deze allen een eigen dynamiek en vergunningen systeem kennen.
Bewoners
De bewonersparkeervraag van de ontwikkeling moet in beginsel worden gefaciliteerd op eigen terrein.
Als dit niet haalbaar of wenselijk is (ontsluiting via voetgangerszone, aangezicht gebouw), dan moet voor het parkeren van de auto’s van de bewoners gebruik worden gemaakt van een eigen voorziening in de buurt (eventueel huurplekken) binnen de acceptabele loopafstand conform de tabel in de bijlage.
Als dit niet mogelijk is, dan is parkeren in de omliggende openbare ruimte, in de binnenstad, een optie. Voorwaarde is dat de parkeerdruk (inclusief de ontwikkeling) op de verschillende (piek)momenten de 85% niet overschrijdt (op terreinen binnen de acceptabele loopafstand). Dit moet worden aangetoond met recente parkeertellingen (zie kader). Indien de betreffende locatie nog in gebruik is ten tijde van de telling dan mag het huidige gebruik (bewoners) in mindering worden gebracht op de telgegevens. Als de parkeervraag kan worden opgevangen binnen de bestaande openbare parkeercapaciteit dan is uitgifte van bewonersvergunningen voor de betreffende bewoners ook mogelijk.
Als in de binnenstad (nabij de ontwikkeling) onvoldoende ruimte is, dan is het parkeren van de bewoners op de (dichtstbij gelegen) terreinen rondom het centrum ook een optie. Voorwaarde is dat de parkeerdruk op deze terreinen (Leeuwarderweg, Hertog van Saxenlaan en eventuele nieuwe terreinen voor deze doelgroep), inclusief de vraag van de ontwikkeling, op de verschillende momenten niet hoger ligt dan 85%. Daarnaast mag ook de parkeerdruk in de binnenstad, direct rondom de ontwikkeling op acceptabele loopafstand, in de werkdagavond en nachtperiode (buiten de reguleringsperiode) niet hoger liggen dan 85%. Dit om te voorkomen dat de druk in bepaalde delen van de binnenstad, buiten de gereguleerde tijden, te hoog wordt. Als hieraan wordt voldaan dan is de ontwikkeling mogelijk maar komen de bewoners niet in aanmerking voor een bewonersvergunning voor het centrum (ze parkeren overdag rondom het centrum en ’s nachts kunnen ze wel in het centrum staan, zonder vergunning).
Als ook de terreinen rondom het centrum onvoldoende ruimte bieden en/of de druk direct rondom de ontwikkeling te hoog is in de avond- en nachtperiode, dan leidt de extra parkeervraag van bewoners tot onevenredige extra druk in de binnenstad of de schil(straten) en wordt negatief geadviseerd wat betreft het parkeren.
Werkers
De toename van de parkeervraag onder werkers moet in beginsel worden gefaciliteerd op eigen terrein.
Als dit niet haalbaar of wenselijk is (voetgangerszone, aangezicht pand), dan moet voor het parkeren van de werkers gebruik worden gemaakt van een eigen voorziening in de buurt (eventueel huurplekken) op acceptabele loopafstand (zie bijlage).
Als dit niet haalbaar is dan is het parkeren van de werkers op de terreinen rondom de binnenstad een optie, mits gelegen binnen de acceptabele loopafstand. Uitgangspunt is dat de werkers niet op de betaalde plaatsen in de binnenstad gaan staan (vanwege kosten en beperking parkeerduur). Werkers komen in beginsel ook niet in aanmerking voor een parkeervergunning in de binnenstad (uitgezonderd specifieke werkzaamheden, waarvoor een maximum geldt van één vergunning per bedrijf, mits aangetoond wordt dat de auto nodig is voor werk). Voorwaarde voor het gebruik van de openbare terreinen rondom de binnenstad is dat de parkeerdruk op deze terreinen, inclusief ontwikkeling op de verschillende momenten niet hoger ligt dan 85%.
Als ook de terreinen rondom de binnenstad onvoldoende ruimte bieden dan leidt de extra parkeervraag van werkers mogelijk tot extra druk in de schil(straten) en wordt negatief geadviseerd wat betreft het parkeren.
Bezoekers
Bij bepaalde ontwikkelingen zal het aantal bezoekers toenemen. Bezoekers kennen een andere dynamiek dan bewoners en werkers. Veelal is een bezoek niet gerelateerd aan 1 functie maar aan meerdere. Bezoekers verdelen zich makkelijker over de binnenstad.
Een toename van de parkeervraag onder bezoekers moet in beginsel worden gefaciliteerd op eigen terrein.
Als dit niet haalbaar of wenselijk is (versnippering, binnen voetgangerszone, aangezicht gebouw), dan moet voor het parkeren van de bezoekers gebruik worden gemaakt van een eigen voorziening in de buurt (eventueel huurplekken) op acceptabele loopafstand.
Als dit niet wenselijk of mogelijk is, dan is parkeren in de openbare ruimte een optie. In eerste instantie in de binnenstad (betaald), mits de parkeerdruk binnen acceptabele loopafstand (inclusief ontwikkeling) op de verschillende momenten de 85% niet overschrijdt.
Als dit niet mogelijk is dan is het parkeren van de bezoekers op de terreinen rondom de binnenstad (binnen de acceptabele loopafstand) een optie. Voorwaarde voor het gebruik van de terreinen rondom de binnenstad is dat de parkeerdruk op deze terreinen, inclusief ontwikkeling op de verschillende momenten niet hoger ligt dan 85%.
Als de binnenstad en de terreinen rondom de binnenstad onvoldoende ruimte bieden, dan leidt de extra parkeervraag van bezoekers tot extra druk op de binnenstad en hiermee tot meer zoekverkeer. In deze gevallen wordt negatief geadviseerd wat betreft het parkeren.
Parkeeronderzoek (bij gebruik openbare ruimte)
De aanvrager moet met een parkeeronderzoek (niet ouder dan 2 jaar) en/of parkeerbalans aantonen dat na realisatie van de ontwikkeling, nog voldoende openbare parkeerruimte aanwezig is in de omgeving. Er is sprake van voldoende openbare parkeerruimte indien de bezettingsgraad na realisatie van de ontwikkeling op verschillende momenten (werkdagmiddag, werkdagavond, zaterdagmiddag, nacht) in het betreffende gebied niet boven de aangegeven percentages komt. Indien een eventuele bestaande functie van het plangebied ook al een claim legt op de openbare parkeercapaciteit dan mag deze in mindering worden gebracht op de telgegevens (mits de functie nog actief/in gebruik was ten tijde van de telling). Het parkeeronderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijk en deskundig te achten partij. Ook kan gebruik worden gemaakt van actuele gemeentelijke parkeerdata, indien beschikbaar. De onderzoeksmomenten worden in overleg bepaald. Zowel de resultaten van het onderzoek als een bijbehorend advies over eventueel voldoende openbare parkeerruimte in de omgeving, wordt door de aanvrager ter beoordeling aan de gemeente voorgelegd. De kosten voor het uitvoeren van het onderzoek en het bijbehorend advies zijn voor de aanvrager.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Stap 3: Invulling parkeervraag (aantallen)
Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke houdende regels omtrent parkeernormen