**1..** Aan de medewerker wordt in verband met het noodzakelijk reizen in het kader van de dienst een vergoeding van de reiskosten verleend. In principe moet gebruik worden gemaakt van het openbaar vervoer, tenzij het gebruik van een eigen vervoermiddel doelmatiger is. Uitgangspunt vormt dat het zakelijk reizen met een eigen vervoermiddel, in vergelijking met het openbaar vervoer, tijd- en/of kostenbesparend moet zijn. Voorafgaande toestemming van de direct leidinggevende voor zakelijke reizen is vereist.
Onder reizen in het kader van de dienst tijdens of buiten de werktijd wordt, buiten het normale woon-werkverkeer, verstaan:
het extra reizen wegens (avond) vergaderingen;
het extra reizen wegens (over) werk;
het extra reizen naar de Arbodienst/bedrijfsarts.
**2..** Een medewerker kan tot maximaal 3 kalender maanden na de maand dat hij de kosten heeft gemaakt de declaratie indienen.
**3..** Alle gemaakte kosten dienen zo veel mogelijk in hetzelfde kalenderjaar vergoed te worden.
Paragraaf 3
Artikel 11
Reizen in het kader van de dienst
Onderdeel van Regeling tegemoetkoming reiskosten vanaf 2017