Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Hoogte tegemoetkoming

Onderdeel van Addendum Tijdelijke tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer

1.. Aan het begin van de maand, uiterlijk voor de 6de van de maand, wordt een schatting gemaakt van het aantal dagen dat de medewerker die maand zal werken op de plaats van tewerkstelling. 2.. Op basis van de schatting, zoals bedoeld in Artikel 5, lid 1 van de “Tijdelijke tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer” en de reisafstand, zoals bedoeld in Artikel 3 van de “Regeling tegemoetkoming reiskosten vanaf 2017” en de bepalingen van Artikel 4 van de “Tijdelijke tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer” wordt de hoogte van de vergoeding berekent. 3.. De medewerker houdt bij hoeveel dagen hij daadwerkelijk per maand werkt op de plaats van tewerkstelling. 4.. Er kan een verschil zijn tussen de schatting, zoals bedoeld in Artikel 5, lid 1 en het daadwerkelijke aantal dagen, zoals bedoeld in Artikel 5, lid 3. Op basis van nacalculatie wordt hier voor gecorrigeerd. 5.. De nacalculatie vindt aan het einde van het jaar plaats. Indien de medewerker uit dienst gaat, vindt de nacalculatie eerder plaats, tegelijk met de eindafrekening. 6.. Indien de medewerker te weinig reiskostenvergoeding heeft ontvangen, zal de medewerker bij de laatste salarisbetaling meer ontvangen. Dit bedrag is dan geen onbelaste vergoeding, maar een onderdeel van het loon. Dit betekent dat er heffingen op worden ingehouden. De medewerker ontvangt dan dus minder dan wanneer het een onbelaste vergoeding zou zijn. Daarnaast heeft de medewerker dus een hoger loon. Dit kan er voor zorgen dat de medewerker minder toeslagen zal ontvangen of in een andere belastingschijf komt. Een accurate schatting is dus belangrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel