1. Indien na ontvangst van een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering wordt verstrekt, wordt deze niet teruggevorderd, voor zover deze uitkering ook zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht (artikel 17 lid 1 en 2 van de Participatiewet en artikel 13 lid 1 en 2 van de IOAW 2015 en de IOAZ en artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet Suwi) heeft geschonden.
2. Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een dusdanige fout, die leidt tot aanpassing van de uitkering.
3. De terugvordering wordt beperkt tot het bedrag dat te veel aan uitkering zou zijn verstrekt, zo belanghebbende wel aan de inlichtingenplicht had voldaan, indien sprake is van intrekking van het recht op uitkering over een langere periode, omdat belanghebbende over de gehele periode in beperkte mate beschikte over in aanmerking te nemen vermogen.
4. Een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, wordt niet gebruteerd.
HOOFDSTUK 1
Artikel 3.
Uitzonderingen voortvloeiende uit de jurisprudentie
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal Participatiewet, IOAW (2015) en IOAZ Gemeente Geertruidenberg 2021