Bij klaarblijkelijke dreiging van overtreding van het verbod op het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 58i van de Wet publieke gezondheid wordt aan de overtreder preventief een last onder dwangsom opgelegd.
De burgemeester stemt de hoogte van de dwangsom af op de omstandigheden van het geval. Hierbij houdt hij rekening met het verwachte bezoekersaantal, of sprake is van een min of meer professionele organisatie, de algehele houding van de organisator ten opzichte van de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet publieke gezondheid en de mate waarin de overtreder meewerkt om te voorkomen dat het evenement alsnog plaatsvindt.
Vanwege de vereiste spoed wordt de overtreder niet in de gelegenheid gesteld eerst een zienswijze naar voren te brengen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10