Het vermogen wordt op dezelfde wijze vastgesteld als bij de algemene bijstand. Aangesloten wordt bij de vermogensgrenzen genoemd in artikel 34, tweede en derde lid van de wet.
In afwijking van lid 1 wordt bij het bepalen van het in aanmerking te nemen vermogen niet meegenomen:
het vermogen in de vorm van een eigen woning waar het hoofdverblijf is;
de vrijlating voor één auto tot een bedrag van € 2.500,--.
Draagkracht vermogen:
100% van het in aanmerking te nemen vermogen dat de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de wet overschrijdt, indien en zover er sprake is van vermogen dat direct ter beschikking is;
Indien het aannemelijk is dat sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wat te wijten is aan het onverantwoord interen van vermogen, zoals beschreven in artikel 3, derde lid onder e, dan zullen de kosten uit het eventueel resterende vermogen voldaan moeten worden. Een periode van 3 maanden wordt in acht genomen.
Voor zelfstandigen gelden de vermogensgrenzen zoals bepaald in het Besluit bijstand zelfstandigen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 11
– In aanmerking te nemen vermogen
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Dalfsen 2020