Bij de vaststelling van de bijzondere bijstand dient rekening te worden gehouden met de aanwezige draagkracht in het inkomen. De toeslagen bedoeld in artikel 36 en 36b van de wet worden niet tot de draagkracht gerekend, tenzij deze beleidsregels anders bepalen.
Het college kan in zeer bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende afwijken van de bepalingen over de draagkracht, indien onverkorte toepassing onevenredig is in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Bij een vermogen hoger dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, bestaat geen recht op bijzondere bijstand.
Indien de kosten, waarvoor een vergoeding wordt gevraagd, hoger zijn dan het gedeelte van het vermogen boven de vermogensgrens, komt het meerdere in aanmerking voor bijzondere bijstand.
HOOFDSTUK 4
Artikel 9
– Uitgangspunt draagkracht
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Dalfsen 2020