**1..** Verstrekking van de maatwerkvoorziening beschermd wonen als een persoonsgebonden budget (verder: pgb) vindt plaats op basis van een gemotiveerd verzoek van de belanghebbende of diens verte-genwoordiger, door middel van indiening van een persoonlijk plan. In het persoonlijk plan dient opgenomen te zijn:
waarom de cliënt een pgb wenst, en;
waar door middel van het pgb de ondersteuning zal worden ingekocht, en;
op welke wijze de ondersteuning zal bijdragen tot de doelen, waarvoor de maatwerkvoorziening bedoeld is, en;
hoe de kwaliteit van de ondersteuning wordt gewaarborgd.
**2..** De administratief beheerder/vertegenwoordiger dient onafhankelijk te zijn van de organisatie of persoon die de voorziening levert en dient voldoende nabij de budgethouder te staan.
**3..** De vertegenwoordiger overlegt een schriftelijke machtiging van cliënt, waarbij hij aangewezen is als vertegenwoordiger van cliënt.
**4..** Een pgb voor beschermd wonen wordt alleen verstrekt, indien:
de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb wenst geleverd te krijgen;
naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de dien-sten en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren en die de cliënt van het budget wil betrekken, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.
**5..** Bij ondersteuning geleverd door anderen dan personen uit het sociaal netwerk dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:
de organisatie of (zelfstandig) ondernemer dient als aanbieder van WMO-ondersteuning ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel;
de organisatie of ondernemer voldoet aan de eisen t.a.v. de kwaliteit, zoals gesteld in hoofdstuk 3 van de Wet alsmede in hoofdstuk 5 van de “verordening maatschappelijke onder-steuning Heerlen 2020’ en haar opvolgers;
de organisatie of ondernemer voldoet aan de eisen van goed zelfstandig ondernemerschap, en:
heeft vervangingsplannen in geval van ziekte;
voert de noodzakelijke administraties;
werkt conform arbeidstijdenbesluit en indien deze niet van toepassing is maximaal 40 uur per week.
de organisatie of ondernemer voldoet aan de normen voor verantwoorde zorg, zoals die voor de branche gelden;
er wordt gebruik gemaakt van een zorgplan of plan van aanpak met begeleidingsdoelen en termijnen als onderdeel van verantwoorde zorg en dit plan is afgestemd op de persoonlijke situatie van de cliënt rekening houdend met zijn persoonskenmerken;
cliënt betrokkenheid en continuïteit van zorg maakt onderdeel uit van de bedrijfsvoering.
er is systematische kwaliteitsbewaking;
de (door de aanbieder in het kader van de te bieden ondersteuning aangewezen) beroepskracht is vakbekwaam en heeft de diploma’s die noodzakelijk zijn voor een doeltreffende en efficiënte ondersteuning van specifieke cliënt waarbij het opleidingsniveau afhankelijk van de benodigde in te zetten ondersteuning MBO 4 of hoger dient te zijn;
de beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet eerder is afgegeven dan zes maanden voor het tijdstip, waarop betrokkene voor de organisatie of ondernemer ging werken;
de ingeschakelde “ervaringswerkers” beschikken, in afwijking van het onder i. gestelde, over een vergelijkbare verklaring.
de organisatie of ondernemer beschikt over een meldcode ten aanzien van huiselijk geweld en kindermishandeling;
de organisatie of ondernemer meldt alle calamiteiten en geweldsincidenten bij de door het college aangewezen toezichthoudend ambtenaar.
er zijn geen feiten of omstandigheden bekend waarbij de organisatie onprofessioneel gehandeld heeft, ondeskundige zorg heeft verleend, dan wel gehandeld heeft in strijd met relevante regelgeving.
**6..** Bij ondersteuning geleverd door personen uit het sociaal netwerk dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:
deze persoon beschikt over een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet eerder is afgegeven dan zes maanden voor het tijdstip waarop betrokkene start met de uitvoering van de betreffende ondersteuning;
deze persoon is in staat om de gevraagde ondersteuning te bieden;
er zijn geen redenen om aan te nemen dat deze persoon overbelast is of dreigt te geraken;
er is een begeleidingsplan met vermelding van doelen en termijnen;
er is een afspraak over het melden van calamiteiten en geweld.
HOOFDSTUK 3
Artikel 11