Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.3

Artikel 9.4.14

Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2021

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent de gemeente de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet. 2. De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. 3. Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent de gemeente de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. 4. Aansluitend op verrekening als bedoeld in het derde lid, verrekent de gemeente de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. 5. Tot het inkomen, bedoeld in het vierde lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Participatiewet. 6. In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid kan de gemeente de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien: a. aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin; of b. anderszins sprake is van dringende redenen. 7. Het eerste tot en met het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Participatiewet. Het zevende lid is niet van toepassing indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel