• - Jeugdigen en/of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover:
    • - Er sprake is van opvoedingsproblemen bij de ouders en/of, psychische problemen of stoornissen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking bij de jeugdige, waardoor:
    • - Hij/zij onvoldoende in staat is om
      • - gezond en veilig op te groeien;
      • - te groeien naar zelfstandigheid;
      • - voldoende zelfredzaam te zijn en
      • - maatschappelijk te participeren. En:
    • - Zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:
      • - binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van jeugdige of ouders, waaronder tenminste wordt verstaan gebruikelijke hulp van ouders of met hulp van personen uit het sociale netwerk;
      • - door gebruik te maken van een algemene voorziening, of;
      • - door gebruik te maken van een andere (voorliggende) voorziening.
  • - Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste lid.