Jeugdigen en/of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover:
Er sprake is van opvoedingsproblemen bij de ouders en/of, psychische problemen of stoornissen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking bij de jeugdige, waardoor:
Hij/zij onvoldoende in staat is om
gezond en veilig op te groeien;
te groeien naar zelfstandigheid;
voldoende zelfredzaam te zijn en
maatschappelijk te participeren. En:
Zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:
binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van jeugdige of ouders, waaronder tenminste wordt verstaan gebruikelijke hulp van ouders of met hulp van personen uit het sociale netwerk;
door gebruik te maken van een algemene voorziening, of;
door gebruik te maken van een andere (voorliggende) voorziening.
Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste lid.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3
Artikel 9.
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente ’s-Hertogenbosch 2021