Naar hoofdinhoud
Een inrit zal voor rekening van de aanvrager worden aangelegd, veranderd of verwijderd nadat het college van burgemeester en wethouders op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening vergunning is verleend voor het maken of veranderen van een inrit. Het bepaalde in lid 1 geldt ook bij reconstructieplannen, tenzij er al een inrit legaal aanwezig was. Ook voor de aanleg van inritten die worden aangelegd in bestemmingsplannen die in uitvoering c.q. in exploitatie worden genomen hetzij door de gemeente hetzij door derden zal op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening vergunning moeten worden aangevraagd en verleend. De breedte, situering en uitvoeringswijze van de inritconstructie worden bepaald door het college van burgemeester en wethouders. Voor het maken, veranderen of verwijderen van een inrit bij woningen is het volgende tarief verschuldigd: voor het maken van een inrit tot een breedte van max. 3,50 mtr.: € 457,02 excl. BTW, € 552,99 incl. BTW; voor het maken van een inrit met een breedte van meer dan 3,50 mtr. het standaardtarief (genoemd onder sub a), vermenigvuldigd met een factor gelijk aan de te realiseren breedte gedeeld door 3,50 mtr.; voor het veranderen of verwijderen van een inrit het bedrag van de door het college van burgemeester en wethouders geraamde werkelijke kosten vermeerderd met 20% beheerskosten. Voor het maken, veranderen of verwijderen van een inrit anders dan bij woningen is het volgende tarief verschuldigd: de door het college van burgemeester en wethouders geraamde werkelijke kosten vermeerderd met 20% beheerskosten; indien derden de uitvoering van de werkzaamheden in eigen beheer uitvoeren zijn beheerskosten, zijnde 20% van de door het college van burgemeester en wethouders geraamde werkelijke kosten verschuldigd. Het bepaalde in 4.6 sub b. geldt alléén voor de aanleg, verandering of verwijdering van een inritconstructie op handels- en industrieterreinen. De aanleg van een inritconstructie door derden is slechts dan toegestaan nadat daartoe van het college van burgemeester en wethouders toestemming is verkregen. De aanleg, verandering of verwijdering van een inritconstructie door derden dient te geschieden onder toezicht van het college van burgemeester en wethouders en onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de werkzaamheden op de door het college voorgeschreven wijze worden uitgevoerd door een door het college goedgekeurde aannemer.

Rechtspraak bij dit artikel