**1..** De ontvanger van een subsidie vanaf € 500.000 voor een bepaald tijdvak, behoeft de toestemming van het college voor de volgende handelingen:
het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;
het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie.
**2..** Het college is bevoegd overige doelgebonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht aan de subsidieontvanger op te leggen.
**3..** Het college is bevoegd bij subsidieregeling niet-doelgebonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht op te leggen.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 13.