**1..** Het college is belast met het beslissen op subsidieaanvragen op grond van deze verordening en subsidieregelingen als bedoeld in het tweede lid en op subsidieaanvragen op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** Het college kan subsidieregelingen vaststellen waarin de subsidiabele activiteiten zijn omschreven en de overige regels worden gesteld die nodig zijn voor het verstrekken van de betreffende subsidies.
**3..** Het college is daarnaast bevoegd andere subsidieregelingen vast te stellen:
voor zover deze verordening daartoe de mogelijkheid biedt;
ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik;
met het oog op de accountantscontrole op de rekening en verantwoording door de subsidieontvanger.
**4..** Het college is bevoegd toezichthouders aan te wijzen als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de ontvanger van die subsidie opgelegde verplichtingen.
**5..** Het college is bevoegd subsidieplafonds en de wijze waarop deze worden verdeeld, vast te stellen. De subsidieplafonds mogen de budgetten die de raad in de begroting beschikbaar stelt, niet overschrijden.
**6..** Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.
**7..** Het college is bevoegd subsidie te verlenen voordat de begroting is vastgesteld of goedgekeurd onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Het voorbehoud wordt in de verleningsbeschikking gemaakt.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 3.