Naar hoofdinhoud
1.. De inkomensgrens wordt vastgesteld op een inkomen tot 110 % van de geldende bijstandsnorm. Voor de toepassing van de inkomensgrenzen volgens de geldende bijstandsnorm wordt uitgegaan van de normbedragen volgens de Participatiewet. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd jaarlijks de geldende inkomensgrenzen vast te stellen. 2.. Burgemeester en wethouders gaan uit van het netto inkomen van de aanvrager en de partner, waarbij op het inkomen rustende beslagen, schulden enzovoort in het algemeen niet worden betrokken. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd hiervan af te wijken, indien bijzondere individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven. 3.. Een uitzondering wordt gemaakt voor de aanvrager die is toegelaten tot het minnelijk traject schuldhulpverlening van de gemeente Krimpen aan den IJssel of de WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) en vanwege de hoogte van de afloscapaciteit niet boven de in lid 1 gestelde inkomensgrens komt. 4.. Een uitzondering wordt gemaakt voor de alleenstaande ouder. Daarvan wordt het netto inkomen vermeerderd met de verhoging op het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders (de zogenaamde alo-kop). 5.. Rekening wordt gehouden met vermogen volgens de vrijlatingsgrenzen vermeld in de Participatiewet.

Rechtspraak bij dit artikel