Naar hoofdinhoud
Door de gerealiseerde energiebesparing in te zetten voor verdere verduurzaming, konden we jaarlijks een groot aantal armaturen voorzien van duurzame verlichting. Maar we willen niet zomaar alles vervangen of heel veel licht bij plaatsen. Uitgangspunt is de verkeersveiligheid. Bij vervanging bekijken we goed of al het licht dat er nu staat wel nodig is. Zijn er wellicht betere alternatieven te bedenken? Bijvoorbeeld extra reflecterende belijning of een andere vorm van markering. De verkeersveiligheid mag in ieder geval niet in het geding komen. Foto: Waaldijk in Gendt, reflecterende strepen geven verloop van de weg weer. Ons uitgangspunt in nieuwe situaties is ‘Niet verlichten, tenzij’. Als de verkeersveiligheid in gevaar is en aanpassing van een wegontwerp niet kan, kijken we naar alternatieven. Dat kan passieve markering zijn zoals wegdekreflectoren (kattenogen) of reflectie in de vorm van reflecterende belijning. Lukt het niet met passieve markering, dan kunnen we ook actieve markering toepassen. Bijvoorbeeld ledlampjes in de as van de weg. Deze kunnen gevoed worden door middel van stroom of zonne-energie. Pas wanneer alternatieven niet de gewenste oplossing kunnen bieden, wordt verlichting geplaatst die zo duurzaam en energiebesparend mogelijk is en de minste lichthinder veroorzaakt. We verlichten ten tijde van het gebruik, na de spits dimmen we het licht (gaat het minder fel branden) en waar dat kan gaat het in de nacht uit. Bij vervanging kijken we ook of de verlichting nog nodig is of dat we het anders kunnen oplossen. Foto: Bemmel, straat met veel licht. Hier kan op moment van vervanging licht verminderd worden.

Rechtspraak bij dit artikel