Naar hoofdinhoud
1.. Een week na afloop van de sluitingsdatum van de aanvraagtermijn beslissen burgemeester en wethouders over de subsidieverlening en informeren de referendumcommissie en de raad hierover. 2.. Subsidieverlening vindt plaats in volgorde van de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking, totdat het vastgestelde subsidieplafond of deelplafond is bereikt. 3.. Bij de rangschikking van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximum aantal naar de mate waarin: de activiteiten bijdragen aan het publieke debat en meningsvorming onder kiesgerechtigden: maximaal 20 punten; de activiteiten voor het publiek toegankelijk zijn of de uitingen openbaar zijn: maximaal 20 punten; de activiteiten bekendgemaakt zijn bij het publiek: maximaal 20 punten; verschillende doelgroepen worden bereikt: maximaal 20 punten; het gevraagde bedrag in verhouding staat tot het verwachte resultaat: maximaal 20 punten; Bij een gelijk aantal punten wordt, indien het subsidie(deel)plafond wordt overschreden in gelijke verhouding toegekend. 4.. De verleende subsidie wordt uitgekeerd in de vorm van een voorschot. 5.. Uiterlijk acht weken na de dag van de stemming dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag en bewijsstukken waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 6.. Burgemeester en wethouders besluiten uiterlijk acht weken na de datum van de aanvraag over de vaststelling van de subsidie.

Rechtspraak bij dit artikel