Naar hoofdinhoud
1.. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 0,33% van het aantal kiesgerechtigden, door middel van een digitale- of schriftelijke ondersteuningsverklaring, zoals bedoeld in het vijfde lid van dit artikel. 2.. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk zeven dagen voor de geagendeerde bespreking, of, als geen bespreking plaatsvindt, zeven dagen voor de geagendeerde stemming van het raadsvoorstel. 3.. De referendumcommissie toetst of het verzoek aan de voorwaarden genoemd in artikel 2 lid 2 sub a tot en met h voldoet en informeert de initiatiefnemer en de raad over de uitkomst. Indien het inleidend verzoek niet aan de voorwaarden voldoet informeert de voorzitter de initiatiefnemer hierover en biedt de mogelijkheid om dit binnen vijf dagen te herstellen. Indien de voorwaarden voor de referendumprocedure alsnog niet worden vervuld eindigt de procedure. 4.. De raad kan op basis van de kennisgeving van de voorzitter besluiten om voor het inzamelen van ondersteuningsverklaringen twee weken extra tijd te geven door de plenaire beraadslaging over het raadsvoorstel maximaal vier weken later te agenderen. 5.. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uiteen (digitale) handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum, onder overlegging van een geldig legitimatiebewijs, of door middel van digitale validatie van de legitimatie. 6.. Ondersteuningsverklaringen voor het initiatief worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt formulier dat in het raadshuis gereed ligt en waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 7.. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats en geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 8.. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 9.. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het raadsvoorstel waarop het verzoek zich richt. Het raadsvoorstel zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel