Na het overlijden van belanghebbende ziet het college van burgemeester en wethouders af van terug-en/of invordering van het restant van de vorderingen, tenzij de belanghebbende ten tijde van het overlijden over voldoende middelen beschikte om de vordering te voldoen en dit bij het college van burgemeester en wethouders bekend was.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.