Naar hoofdinhoud
3.1. Deze verordening is van toepassing op subsidiëring van: gemeentelijke beschermde monumenten; rijksmonumenten niet zijnde een woning, boerderij of kerk; projecten. 3.2. Subsidie ten behoeve van beschermde gemeentelijke monumenten en rijksmonumenten kan slechts worden toegekend voor de instandhoudingskosten zoals die genoemd zijn in de “Leidraad Besluit rijks subsidiëring instandhouding monumenten” (BRIM), met uitzondering van subsidiabele kosten ten behoeve van het interieur. De subsidiabele kosten worden vastgesteld door het college. 3.3. Subsidie ten behoeve van een rijksmonument kan alleen aangevraagd worden door de eigenaar, tevens bewoner of gebruiker van het rijksmonument. 3.4. Subsidie ten behoeve van een beschermd gemeentelijk monument kan alleen aangevraagd worden door de eigenaar van het beschermd gemeentelijk monument, 3.5. Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, voor zover de werkzaamheden: doelmatig zijn; gericht zijn op maximaal behoud van aanwezig historische materialen en constructies; gericht zijn op het voorkomen van verval of het voorkomen van gevolgschade; gericht zijn op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen; niet gericht zijn op reconstructie, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van het college ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn; niet voortvloeien uit veranderd gebruik. 3.6. Op de kosten van de werkzaamheden worden in mindering gebracht de kosten die uit andere hoofde van deze verordening of op grond van enige andere regeling subsidies of bijdragen kunnen worden toegekend, alsmede kosten die uit hoofde van een regeling zijn of kunnen worden gefinancierd.

Rechtspraak bij dit artikel