1. Het is verboden een inrichting te exploiteren als smart- of headshop zonder vergunning
van de burgemeester.
2. De burgemeester stelt een formulier vast voor het indienen van een aanvraag om een
vergunning als bedoeld in het eerste lid.
3. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de inrichting als
smart- of headshop in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening,
exploitatieplan of voorbereidingsbesluit of indien de aanvrager geen verklaring omtrent
het gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor
de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven.
4. De burgemeester weigert de vergunning indien de leidinggevende niet voldoet aan de in
artikel 2:28b van deze verordening gestelde gedragseisen.
5. De burgemeester kan de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel
moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de als
smart- of headshop geëxploiteerde inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
nadelig wordt beïnvloed of zal worden beïnvloed door de aanwezigheid van deze
inrichting.
6. Bij de toepassing van de in het vijfde lid genoemde weigeringsgrond houdt de
burgemeester in elk geval rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de
als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard
van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting en de spanning, waaraan het
woonmilieu ter plaatse blootstaat of zal komen te staan door de exploitatie van de
inrichting als smart- of headshop.
7. De burgemeester kan de vergunning eveneens weigeren, indien één of meer
leidinggevenden van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting binnen drie jaar
voor indiening van de aanvraag om een vergunning een inrichting heeft geëxploiteerd als
smart- of headshop of daar leiding aan heeft gegeven, die op grond van het aantasten
van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen,
dan wel op basis van artikel 13 b Opiumwet gesloten is geweest dan wel waarvoor de
vergunning om die reden is ingetrokken.
8. Een vergunning ten aanzien van een als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting,
waarvan de vergunning op grond van artikel 2:28c, derde lid, van deze verordening is
ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste
vijf jaar worden geweigerd.
9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2:28a
Exploitatie smart- of headshop
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Goirle 2021