1. In dit artikel wordt onder bouwobjecten verstaan: objecten die functioneel zijn voor bouw-, onderhoud of sloopactiviteiten zoals containers, bouwmaterialen, steigers, schaftketen en chemische toiletten.
2. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, het de bruikbaarheid van de weg of het doelmatig en veilig gebruik daarvan belemmert, dan wel het een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg;
het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand of het van toepassing zijnde beeldkwaliteitsplan.
3. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1.20 meter wordt gelaten op voetpaden en van 3.50 meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
4. Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving en de verkeersveiligheid nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen, reclameborden en bouwobjecten.
5. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
6. Het plaatsen van bouwcontainers moet vier weken van tevoren worden gemeld aan het college waarbij de voorwaarden gelden dat de containers:
niet langer dan vier weken worden geplaatst;
maximaal 6,00 meter lang, 2,45 meter breed en 2,60 meter hoog zijn;
alleen mogen worden geplaatst voor het eigen gebouw of perceel waar ze gebruikt worden
alleen op een verharde ondergrond worden geplaatst;
niet worden geplaatst binnen 1,50 meter van brandkranen, straatpotten, controleputten en nooduitgangen en
gedurende de avonden en het weekeinde zodanig zijn afgedekt, dat uitvallen of wegwaaien van afval of materialen wordt voorkomen.
7. Het verbod van het tweede lid is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
8. Het verbod van het tweede lid is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
9. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij het niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Goirle 2021