Op 1 juni 2003 is de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) in werking getreden. Deze wet moet voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert door het verlenen van vergunningen, subsidies of bij aanbestedingen. Dit betekent dat bestuursorganen de integriteit van de aanvrager of de gegadigde kunnen onderzoeken. Zo wordt voorkomen dat de overheid ongewild criminaliteit ondersteunt en dat er een vermenging van boven- en onderwereld ontstaat.
Welke instrumenten biedt de Wet Bibob?
Het recht om in de procedure aanvullende informatie te vragen en te beoordelen.
In artikel 3 van de Wet Bibob staat dat een beschikking geweigerd of ingetrokken kan worden wanneer:
sprake is van ernstig gevaar dat de beschikking ook gebruikt wordt voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten (bv. met het witwassen van zwart geld);
sprake is van ernstig gevaar dat de beschikking gebruikt wordt voor het plegen van strafbare feiten (bv. drugshandel);
feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs het vermoeden geven dat voor het afgeven van de aangevraagde en/of gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd (bv. valsheid in geschrifte of omkoping).
De mogelijkheid om extra voorwaarden te verbinden aan een vergunning.
De mogelijkheid om voor de beoordeling van de aanvraag het advies in te
roepen van het Bureau Bibob door een in te stellen aanvullend onderzoek.