Naar hoofdinhoud
Vooral op drukkere stranddagen zijn heldere basisregels van belang. In dit hoofdstuk behandelen we achtereenvolgens het belang van gedragsregels op zee en strand, de benodigde wijzigingen van de APV, gevolgd door manieren van toezicht en handhaving en de partijen die daarbij betrokken zijn. Gedragsregels De werkwijze van de zonering op het strand en onderlinge gedrags- en voorrangsregels moeten voor iedereen helder zijn. Dit kan onder andere bereikt worden door informatieborden, beachflags en eenduidige informatie op verschillende websites. Er bestaan vele gedrags- en veiligheidsregels voor verschillende activiteiten. De communicatie vanuit de gemeente zal zich moeten beperken tot de meest basale regels. Aanwijzingen van toezichthouders en politie dienen direct te worden opgevolgd. Ook een rode vlag is een helder signaal. Andere watersporters verlenen altijd voorrang aan zwemmers. Er kan gewerkt worden met een voorrangslijst tussen gebruikersgroepen, die gebruikelijk is binnen de watersportwereld. Op basis daarvan, ga je aan de kant voor: Zwemmers Surfers en suppers Windsurfers Kiters Foilers Catamarans Motorboten Deze regels worden idealiter op een toegankelijke manier gecommuniceerd via de verschillende communicatiekanalen. Inzet daarbij is om een positieve uitstraling van het strand te behouden zonder te veel verboden en geboden. Daarnaast besteden we aandacht aan het goed positioneren van de verschillende zones: wat waar wel of niet mag. Algemene Plaatselijke Verordening De gemeente kan regels vastleggen over het gebruik van het strand en de zee (tot 1 kilometer vanaf de kust). De huidige Algemene Plaatselijke Verordening (APV) heeft onder afdeling 10 ‘bijzondere bepalingen betreffende het strand’ enkele artikelen die betrekking hebben op watersport, zoals gedrag in zee (5:41), vliegeren en kitesurfen (5:50) en hinderlijk sport en spel (5:51). Daarnaast gelden er bepalingen over de uitvoering van veiligheidstaken. Op het strand moeten de afritten waar auto’s naar beneden mogen rijden duidelijk gemarkeerd worden. Ten behoeve van een vrije doorgang voor de Reddingsbrigade en de KNRM mogen er geen (vaste) obstakels langs de waterlijn (de waterlijn is onderhevig aan eb en vloed) op het strand of in het water worden geplaatst. Voor de implementatie van de nieuwe zonering en de overige zaken uit deze beleidsnota, worden de artikelen uit de APV op enkele punten aangepast en aangevuld. Bijvoorbeeld de bepalingen voor vliegeren en kitesurfen. Dit artikel krijgt een ruimere omschrijving, in lijn met de voorgestelde zoneringsstrategie en de komst van nieuwe watersporten. In de APV zelf worden geen concrete zones vastgelegd, maar de APV geeft het College de bevoegdheid om nadere regels op te stellen voor het gebruik van het strand en de zee. Zoals het aanwijzen van zwem- en watersportzones, maar ook het herijken ervan zodra de periodieke evaluaties met de stakeholders daar aanleiding toe geven. Verschillende niveaus van toezicht en handhaving Veiligheid op het strand en in zee is een gedeelde verantwoordelijkheid van gebruikers, ondernemers en overheden. Naast en in het verlengde van elkaar spelen zij een rol in het goed functioneren de beoogde zoneringsstrategie. Op de risicodagen is het belangrijker om het beleid strikt na te leven dan op de overige dagen. Dit beleid moet samen met betrokken partijen worden uitgevoerd. Voor handhaving en toezicht wordt een onderscheid gemaakt in drie niveaus: Zelfregulering Toezicht door onder andere watersportaanbieders, strandpachters en Reddingsbrigade Handhaving door gemeente en politie Vooral risicovolle dagen (mooi strandweer met wind en een smal strand) vragen een inzet op alle niveaus. Op deze dagen moet dan ook de focus liggen qua handhaving. Daarbuiten is het meestal geen probleem als men de ruimte neemt. We willen niet teveel regels en vrijheid tot bepaalde grenzen. Oftewel er wordt gezocht naar een werkbare balans tussen heldere eenvoudige regels enerzijds en de wens hier in de praktijk soepel mee om te gaan anderzijds. Watersporters dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor veilig gebruik, er is veel sociale controle onderling. Daarnaast reguleert het gebruik zich in de praktijk grotendeels zelf. De fysieke inrichting speelt daarbij ook een rol. Door op de watersportlocaties ondersteunende faciliteiten te bieden zoals douches, lockers en kleedhokjes, kun je met de inrichting van het strand en de boulevard een aantrekkenlijke durfspotlocatie stimuleren. Dit vraagt echter nog een nadere, ruimtelijke afstemming om te bepalen in hoeverre dit wenselijk is op de betreffende locaties. Het is ook aan te bevelen om met betrokken partijen nadere praktijkafspraken te maken voor de dagen waarop recreanten elkaar in de weg zitten en de uitvoering daarvan te monitoren. Tevens kan dan worden bezien in hoeverre per watersportzone vormen van toezicht passend zijn. Een ‘zonebeheerder’ kan badgasten bijvoorbeeld aanspreken op gevaarlijk gedrag en hen waarschuwen dat ze zich in een watersportzone bevinden. Idealiter coördineren zij de activiteiten die binnen de zone plaatsvinden, waarbij rekening wordt gehouden met de maximale capaciteit en combinaties van watersporten. Daarmee bewaken zij het veilige gebruik van de zone. Watersportaanbieder The Spot werkt al op deze manier. Dergelijke onderlinge afspraken en rolverdelingen kunnen zonodig worden meegenomen in een Strandconvenant dat de komendeperiode in het kader van het Omgevingsplan wordt uitgewerkt. Betrokken partijen Bij de watersportzonering werkt een groot aantal partijen samen, waaronder: Gemeente (communicatie en handhaving) Politie (handhaving en hulpverlening) Reddingsbrigade (hulpverlening, preventief toezicht en signalering) KNRM (hulpverlening) Watersportorganisaties (communicatie en signalering) Watersportaanbieders (communicatie en toezicht) Strandpachters (communicatie en toezicht) Strandpachters zijn verantwoordelijk voor wat er op hun deel van het strand gebeurt. Ook wanneer een evenement wordt georganiseerd door een externe organisatie. Als een watersportschool gebruik maakt van een stuk strand van de strandpachter, dan moet daarvoor een vergunning gekregen zijn. Groepsactiviteiten dienen op het strand te worden gemarkeerd met beachflags. Erkende (surf)scholen dragen bij aan de veiligheid door de juiste kennis en vaardigheden te onderwijzen. Zij geven goede instructies met een totaalbegeleiding in materiaal, locatie en praktisch toepasbare kennis. Daarnaast worden verschillende veiligheidscampagnes en clinics door o.a. NKV en KNRM aangeboden. De aanwezigheid van instructeurs en een bepaalde mate van centralisering in het water draagt bij aan extra toezicht en het voorkomen van onveilige situaties. De kerntaken van de Reddingsbrigade bestaan uit preventief toezicht op het water, het redden van mensen in nood, verlenen van EHBO aan strandbezoekers en watersporters, slachtoffervervoer en het opvangen van zoekgeraakte kinderen. De Reddingsbrigade hecht veel waarde aan een vrij strand voor de Reddingsposten, waar ongeoefende zwemmers veilig kunnen zwemmen. Zoals dit gebruikelijk is op stranden elders. De gemeente handhaaft ondermeer op een kustlijn zonder obstakels en een vrije doorgang voor de hulpdiensten. De handhaving beperkt zich vooral tot het strand, omdat handhaving op zee lastig is en andere middelen vraagt. Handhaving op zee is echter wel gewenst met het groeiend aantal watersporters, boten en jetski’s, vooral op risicodagen. Daarnaast bestaat behoefte aan zichtbare gemeentelijke BOA’s op het strand, mede omdat de politie-inzet verder afneemt.

Rechtspraak bij dit artikel