Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving

Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent VTH-taken Regio Rivierenland (2020-2024)

1.1.1Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Per 1 oktober 2010 is de Wabo van kracht geworden. Vergunningverlening, toezicht en handhaving komen in de wet voor en wel in artikel 5.2. en 5.3. In artikel 5.2. wordt aangegeven dat de gemeente (als bevoegd gezag) en de ODR (als uitvoeringsorganisatie) tot taak heeft zorg te dragen voor bestuurlijke handhaving, het verzamelen en registreren van daartoe relevante gegevens en het behandelen van klachten. Artikel 5.3. geeft aan dat bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) regels gesteld kunnen worden met betrekking tot een doelmatige handhaving, strategische, programmatische en onderling afgestemde uitoefening van de handhavingsbevoegdheden tussen bestuursorganen en afstemming van werkzaamheden tussen bestuursorganen en andere organen / ambtenaren. Met de AMvB wordt in dit kader het Besluit Omgevingsrecht (Bor) bedoeld. In het Bor worden namelijk de kwaliteitseisen van de handhaving genoemd. Dit blijkt uit de volgende artikelen van de Bor: Artikel 7.2: Handhavingsbeleid; Artikel 7.3: Uitvoeringsprogramma; Artikel 7.4: Uitvoeringsorganisatie; Artikel 7.5: Borging van middelen; Artikel 7.6: Monitoring; Artikel 7.7: Rapportage. 1.1.2Kwaliteitscriteria 2.2 De gemeente en de ODR hebben voor vergunningverlening, toezicht en handhaving te maken gekregen met landelijke kwaliteitscriteria. Deze moeten opgenomen worden in een regionale verordening. De gemeente hebben inmiddels deze verordening door hun raad vastgesteld. Deze criteria hebben betrekking op het minimale kwaliteitsniveau dat nodig is voor een goede taakuitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving. De geformuleerde criteria hebben betrekking op: De kritieke massa; De inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten; De proceskwaliteit. Kritieke massa (onderdeel regionale verordening) Met de kwaliteitscriteria voor kritieke massa wordt een antwoord gegeven worden op de vraag of een organisatie in principe in staat is om de taken en onderliggende operationele activiteiten uit te voeren, gegeven de minimaal benodigde deskundigheid (opleiding, ervaring en kennis) voor de uitvoering van deze taken en de continuïteit. Inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten (onderdeel regionale verordening) Naast het opstellen van criteria voor kritieke massa zijn er ook inhoudelijke criteria. Dit zijn aanvullende criteria die een minimale ondergrens bepalen. De inhoudelijke criteria zijn gebaseerd op een risicoanalyse en hebben betrekking op: De inhoudelijke elementen van probleemanalyse, beleid, strategie en (uitvoering)programma; De diepgang van de toetsing van vergunningsaanvragen; De diepgang van inspectie en toezicht; De wijze van vergunningverlening; De wijze van inspectie en toezicht ter plaatse; De implementatie van de landelijke sanctiestrategie; De landelijke prioriteiten van inspectie, toezicht en handhaving. Proceskwaliteit (onderdeel regionale verordening) De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de beleidscyclus. Door de criteria te volgen wordt de cyclus, die begint met het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid, gesloten. De criteria bieden de kaders voor het kwaliteitssysteem van de gemeente (bevoegd gezag) en de ODR (als uitvoeringsorganisatie). De criteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn. Daarnaast moeten de criteria gebruikt worden bij het inrichten van de organisatie, bijvoorbeeld om onafhankelijke oordeelsvorming te borgen. Voor het opstellen van de procescriteria is, in lijn met de professionalisering van de milieuhandhaving, op landelijk niveau beoordeeld of op alle kritieke punten van overdracht in het hoofdproces van vergunningverlening enerzijds en inspectie, toezicht en handhaving anderzijds goed is nagedacht over de borging van kwaliteit. Daarbij wordt het door KPMG ontworpen ‘BIG-8’-model gehanteerd. 1.1.3Conclusie Tussen de kwaliteitscriteria (versie 2.2) en de Wabo zijn, voor de eisen die gesteld worden aan VTH-taken, grote overeenkomsten te constateren. Beiden zijn gericht op een verdere professionalisering: Vergunningverlening en handhaving zijn gebaseerd op duidelijke doelstellingen en prioriteiten en hebben een adequaat beleidsmatig fundament; De uitvoering is gebaseerd op transparante werkprogramma’s; De uitvoeringsorganisatie is gebaseerd / afgestemd op het beleid en de werkprogramma’s; Er is sprake van een integrale aanpak; Er is sprake van een cyclisch proces; Vergunningverlening en handhaving geschieden zoveel mogelijk gestandaardiseerd en geüniformeerd. Door de ODR (als uitvoeringsorganisatie voor de aan haar opgedragen taken) wordt dit regionaal uitvoeringskader gebruikt als beleid op uitvoeringsniveau.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel