Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.7

Activiteit het exploiteren van een milieu-inrichting (artikel 2.1e, 2.14)

Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent VTH-taken Regio Rivierenland (2020-2024)

Artikel 2.1. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een inrichting of mijnbouwwerk op te richten, te veranderen, in werking te hebben of de werking daarvan te veranderen. De omgevingsvergunning moet, zo stelt artikel 2.14, worden geweigerd als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de bescherming van het milieu. Tevens stelt de Wabo, in het verlengde van de Wet milieubeheer dat in sommige gevallen geen vergunning nodig is, maar dat gelijktijdig met een aanvraag voor een andere activiteit een melding met het oog op bescherming van het milieu moet worden gedaan (Activiteitenbesluit). Inleiding Voor het in werking hebben van een inrichting is het vaak noodzakelijk om een melding in te dienen of om een vergunning aan te vragen. De Wet Milieubeheer of de vergunning stelt voorschriften aan de activiteiten die in de inrichting plaatsvinden om schade, hinder en overlast voor de directe omgeving te voorkomen. Deze voorschriften zijn vooral gericht op de bescherming van de kwaliteit van het leefklimaat van de mens, de kwaliteit van de bodem, het water, de lucht en dergelijke tegen schadelijke invloeden van de activiteiten. Daarnaast hebben ze betrekking op het stimuleren van maatregelen ter verbetering van die kwaliteit (milieuwinst). Centrale vraag Hoe wordt vormgegeven aan het beleid voor vergunningen en meldingen voor het exploiteren van een milieu-inrichting? Strategie Op het gebied van vergunningverlening en behandeling meldingen is door de gemeente (als bevoegd gezag) en de ODR (als uitvoeringsorganisatie) aannamen gedaan voor de frequentie van actualisatie/revisie en kengetallen. Deze zijn aangegeven in het werkprogramma. Het aantal af te geven vergunningen is door het Activiteitenbesluit afgenomen. De inrichtingen waarvoor het vergunningenregime nog zal blijven bestaan zullen een grote diversiteit kennen en zal derhalve altijd maatwerk zijn. Ten aanzien van de meldingen wordt aangesloten bij de mogelijkheid om voor in het Activiteitenbesluit aangegeven activiteiten maatwerkvoorschriften te formuleren. Deze maatwerkvoorschriften kunnen in principe alleen worden opgesteld in relatie tot de impact van activiteiten op hun directe omgeving. Deze impact is tweeledig, namelijk in relatie tot specifieke aanwezige milieuwaarden en in relatie tot gevaar, hinder en overlast voor omwonenden, omliggende bouwwerken, percelen en openbare ruimten. Het toets- en werkniveau bij vergunningsaanvragen en meldingen voor het exploiteren van een milieu- inrichting ligt vooraf vast. Hierbij is gekozen voor een representatieve toets, hetgeen verwerkt is in de kengetallen van het werkprogramma. Dit toets- en werkniveau geldt ook voor andere werkzaamheden, zoals voor: Omgevingsvergunning milieuneutraal wijzigen; Omgevingsvergunning beperkte milieutoets; Intrekken omgevingsvergunning (ambtshalve of op verzoek aanvrager). Branches Voor vergunningverlening is gekozen voor 4 verschillende types, gebaseerd op de voor de gemeente relevante sbi-codes (branches). Deze zijn respectievelijk: Omgevingsvergunning (milieudeel) industrieel klein; Omgevingsvergunning (milieudeel) industrieel groot; Omgevingsvergunning (milieudeel) agrarisch klein; Omgevingsvergunning (milieudeel) agrarisch groot. Thema’s wet- en regelgeving Voor de implementatie van milieuthema’s bij vergunningverlening en behandeling meldingen is gekozen voor de kernbepalingen zoals aangegeven in 2.2. Voor het milieudeel zijn deze enigszins aangepast, zoals onderstaand is aangegeven: Fysieke onveiligheid leidend tot letsel en dood, omdat bijvoorbeeld sprake is van opslag, transport en be- of verwerking van explosieve en gevaarlijke stoffen. Aantasting van de fysieke leefbaarheid ten gevolge van hinder door bijvoorbeeld geluid, stof, geur. Hieronder valt ook de aantasting van de sociale kwaliteit van het leven, door bijvoorbeeld gevoelens van onveiligheid (onder meer door opslag en transport). Aantasting van de kwaliteiten van de leefomgeving doordat bedrijfsactiviteiten onveilig of niet duurzaam worden uitgevoerd en invloed hebben op de kwaliteit van water, lucht, bodem e.d.. Gevaar voor de gezondheid omdat bijvoorbeeld sprake is van emissies of lozingen van schadelijke stoffen. Risicoanalyse Voor iedere sbi-code heeft een risicoanalyse plaatsgevonden op thema en gebied. Hierbij is per thema een score aangegeven, De score loopt van 1 t/m 4, waarbij 1 staat voor het behalen van zeer veel milieuwinst en 4 voor het behalen van weinig of geen milieuwinst. De risicoanalyse is terug te vinden in bijlage 2. Beleid Zoals onder strategie staat aangegeven is het uitgangspunt van toets- en werkniveau een representatief niveau. Dat bepaalt niet alleen de diepgang van toetsen van tekeningen, rapporten en berekeningen, maar ook voor het formuleren van voorschriften. Mocht blijken dat de kwaliteit van de ingediende stukken onder de maat blijft of wellicht onjuist zijn, dan kunnen de processen uitgebreid worden met bijvoorbeeld een bedrijfsbezoek of intensivering van (voor)overleg. 3.7.1Wanneer nadere voorwaarden bij vergunningverlening en meldingen In overleg met de partners zal hierover een beleid worden opgesteld en vastgelegd. Te denken valt aan nadere voorwaarden bij bijvoorbeeld: Gezoneerde industrieterreinen; Horeca concentratiegebieden; Klachtsituaties; Energie en duurzaamheid. 3.7.2Specialisme voor toetsing en advisering bij deelaspecten Inleiding Voor de toetsing van ingediende stukken, alsmede de formulering van voorschriften bij deelaspecten kunnen specialisten ingeschakeld worden, die voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.2. De gemeente (bevoegd gezag) kan daarvoor beroep doen op de ODR (uitvoeringsorganisatie), die dergelijke specialisten in dienst heeft of (in een enkel geval) daarvoor beroep kan doen op specialisten die in dienst zijn binnen het Gelders Stelsel. Ook in dit laatste geval zijn de Kwaliteitscriteria 2.2 van toepassing. De specialismen die veelal ingeschakeld worden bij milieu en bouwen hebben betrekking op: Externe veiligheid; Geluid; Bodem; Lucht; Water; Archeologie; Flora en fauna; Cultuurhistorie. Strategie Bij vergunningverlening geldt, in alle gevallen van toetsing van en advisering voor deelaspecten door specialisten, het representatieve niveau (3). Aandachtspunten Behoudens de diepgang van werken gelden in het bijzonder voor specialistische werkzaamheden de navolgende aandachtspunten voor toetsing en advisering: Compleetheid van (deel)product en de relatie, samenhang met andere specialisaties; Tijdigheid van leveren (deel)product; Het (deel)product houdt stand bij juridische toets en beroepszaken. Toets en werkniveau Het toets- en werkniveau voor de beoordeling van rapportages, tekeningen en berekeningen vindt plaats op het adequate niveau. Interne advisering en advisering ten behoeve van ruimtelijke en planologische aspecten vindt altijd 100% plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel