De uitvaartondernemer is bevoegd om de volgende kosten aan de gemeente in rekening te brengen:
a. het overbrengen van de overledene naar een rouwcentrum;
b. het kisten van de overledene in een eenvoudige kist;
c. het in bewaring nemen van de overledene in de gekoelde bewaring tot het moment van de begrafenis of de crematie;
d. het verzorgen van de benodigde formaliteiten;
e. het ter beschikking stellen van maximaal vier dragers en een rouwauto op de dag van de uitvaart;
f. in geval van de begrafenis van de overledene: de kosten van de begraafplaats, bestaande uit de tarieven van de uitgifte van een algemeen graf en voor het begraven van de overledene;
g. in geval van de crematie van de overledene: de kosten van het cremeren van de overledene en van de asverstrooiing.