Naar hoofdinhoud
1.. Ieder lid van de raad heeft het recht voorstellen aan de raad te doen welke vreemd zijn aan de orde van de dag. 2.. Een zodanig initiatiefvoorstel moet schriftelijk, door de voorsteller ondertekend bij de voorzitter worden ingediend. 3.. De leden van de raad worden door de griffier namens de voorzitter geïnformeerd over een ingediend initiatiefvoorstel. 4.. Voordat een door leden aanhangig gemaakt voorstel door de raad in behandeling wordt genomen, bepaalt het presidium in welke raadscommissie en op welke wijze zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid van het Reglement van orde raadscommissies 2021 het voorstel voor advies wordt besproken. 5.. Voorts wordt het initiatiefvoorstel voor commentaar in handen van het college gesteld, op zo een wijze dat dit commentaar kan worden meegenomen bij de bespreking in een raadscommissie. 6.. De behandelwijze van een initiatiefvoorstel is verder hetzelfde als van voorstellen gedaan door het college, met dien verstande dat de verdediging wordt gedaan door het lid dat het voorstel heeft ingediend. 7.. Als het college meer tijd nodig heeft voor het formuleren van een advies met betrekking tot een initiatiefvoorstel, kan het bij het presidium een verzoek tot uitstel vragen. 8.. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een initiatiefvoorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. 9.. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda toegevoegd worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel