Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 5.

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

Onderdeel van REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD VAN HILVARENBEEK 2021

1.. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad op voorstel van de voorzitter, bijgestaan door de griffier. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, en de overige door de Kieswet geëiste stukken van nieuw benoemde leden van de raad en de processen-verbaal van de stembureaus. Bij tussentijdse benoemingen, zal in deze commissie geen lid zitting hebben behorende tot de fractie van het nieuw benoemde lid. Tijdens het onderzoek door de commissie wordt de vergadering door de voorzitter geschorst. 2.. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven -en na heropening van de vergadering- bij monde van een door haar daartoe uit haar midden benoemde rapporteur verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt, indien de leden van de commissie niet eenstemmig oordelen. 3.. De raad beslist direct tot het al dan niet toelaten van nieuw benoemde leden of omtrent geschillen, die naar aanleiding van de geloofsbrieven of de verkiezing zelf zijn gerezen. Indien dit besluit uitstel vordert, beslist de raad op een door hem daartoe nader te bepalen dag. 4.. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel