In Nederland, maar ook wereldwijd, is er een uitbraak van het coronavirus. Ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid worden er maatregelen genomen om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan.
De maatregelen ter bestrijding van de covid-19 epidemie waren tot 1 december 2020 voor een belangrijk deel gebaseerd op aanwijzingen van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vertaalden deze aanwijzingen in noodverordeningen. Met de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (hierna: TWM) per 1 december 2020 is een einde gekomen aan deze structuur van aanwijzingen en noodverordeningen.
Met de TWM is een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de Wet publieke gezondheid (hierna: Wpg). Dit hoofdstuk bevat de wettelijke grondslag voor aanvullende maatregelen die nodig zijn ter bestrijding van het covid-19 virus. Deze aanvullende maatregelen zijn verder uitgewerkt in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 van 14 december 20201In dit handelingskader is reeds geanticipeerd op de wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 van 8 december 2020. Deze wijziging is bij vaststelling van dit handelingskader nog niet in werking getreden. en de Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen covid-19 van 1 december 2020. De handhaving van de in hoofdstuk Va van de Wpg en de bijbehorende ministeriele regelingen genoemde maatregelen is voor een groot deel belegd bij de burgemeester.
Met de per 14 december 2020 gewijzigde Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 heeft er een aanzienlijke verscherping plaatsgevonden van de afgekondigde maatregelen ter bestrijding van COVID-19 omdat het aantal besmettingen onverminderd hoog blijft en blijft stijgen. Gepaste handhaving van de maatregelen ter bestrijding van de epidemie blijft essentieel. Die handhaving ziet zowel op meer toezicht en waarschuwen, maar – in voorkomende gevallen – ook op verbaliserend optreden. Daar waar aanspreken en waarschuwen onvoldoende resultaat geeft om naleving van de regels te bevorderen en te waarborgen, wordt strenger opgetreden. Dit geldt bijvoorbeeld bij evidente gevallen van overtreding en gevallen waarbij na een waarschuwing of aanwijzing de overtreding niet wordt beëindigd.
We blijven een groot beroep doen op de burger en de ondernemers bij de naleving van de maatregelen. Er is daarom nog steeds een belangrijke rol en (eigen) verantwoordelijkheid weggelegd bij de exploitanten en/of verantwoordelijken en/of eigenaren van de verschillende voorzieningen die nog bezocht mogen worden en/of de samenkomsten die door hen worden georganiseerd. Deels door het opstellen en naleven van sectorspecifieke protocollen, zo nodig met behulp van de afwegingskaders van het RIVM (en de adviezen van de GGD), deels door bezoekers/burgers aan te spreken op de naleving daarvan. Met branches en bedrijven worden afspraken gemaakt over strikte naleving van de maatregelen en daar waar nodig worden protocollen aangescherpt.
Hoofdstuk Va van de Wpg en de bijbehorende ministeriele regelingen vormen de juridische basis voor de in de sectoren en branches zelf opgestelde protocollen in het kader van de ‘anderhalve meter samenleving’ en voor de handhaving door de sector of brancheorganisaties zelf, indien zij daarin voorzien. Dergelijke protocollen vormen daarmee een nuttige invulling van de zorgplichten.
De bestuursrechtelijke handhaving van Hoofdstuk Va en de bijbehorende ministeriele regelingen is in veel gevallen de verantwoordelijkheid van de burgemeester. Dat is het geval op openbare plaatsen en op publieke plaatsen. Op besloten plaatsen is zowel de burgemeester bevoegd als de minister van VWS. Indien het gaat om een besloten plaats waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend (bijvoorbeeld: een kantoorpand) is de minister bevoegd om handhavend op te treden. Op overige besloten plaatsen is de burgemeester bevoegd.
De burgemeester heeft per locatie (besloten plaats2Een andere dan openbare of publieke plaats en een daarbij behorend erf, met inbegrip van gebouwen en plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid van de Grondwet, publieke plaats3Een voor het publiek openstaand gebouw als bedoeld in artikel 174, eerste lid, van de Gemeentewet of artikel 176, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, en een daarbij behorend erf, of een voor publiek openstaand lokaal, voertuig of vaartuig, met uitzondering van gebouwen en plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid van de Grondwet, openbare plaats4Een openbare plaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de WOM; plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek) verschillende bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden. Het kan, afhankelijk van het soort locatie, gaan om een aanwijzing aan degene die een zorgplicht heeft voor naleving van de coronamaatregelen, een spoedbevel aan degene die een zorgplicht heeft voor naleving van de coronamaatregelen, een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom en een bevel. Welke bevoegdheid het meest geschikt is, hangt in grote mate af van de concrete omstandigheden van het geval.
Daarnaast kan ook strafrechtelijk worden gehandhaafd op de maatregelen. In het algemeen geldt dat afhankelijk van de aard van de bepaling (en de specifieke omstandigheden van het geval) wordt gekozen voor bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving. Sommige overtredingen lenen zich meer voor bestuursrechtelijke handhaving (herstel) en andere meer voor een strafrechtelijke aanpak. Zo ligt het bestuursrechtelijk optreden meer in de rede als er handhavend opgetreden moet worden richting bedrijven, exploitanten en organisatoren of degenen die verantwoordelijk zijn voor de naleving van genomen maatregelen. Nadruk ligt dan immers op de naleving en het herstel en in overeenstemming brengen van de situatie met de geldende noodverordening. Strafrechtelijk optreden ligt meer in de rede als bestuursrechtelijke handhaving richting organisatoren en/of verantwoordelijken geen effect heeft of als sprake is van een exces. Strafrechtelijke handhaving is ook aangewezen in gevallen dat de verbodsbepaling gericht is tot de individuele burger en snelle normhandhaving een onmiddellijk effect dient te realiseren. In dergelijke gevallen zijn bestuursrechtelijke maatregelen minder aangewezen en/of effectief.
De burgemeester blijft bovendien bevoegd om op basis van andere lokale handhavingsarrangementen (aanvullende) maatregelen te treffen indien noodzakelijk. Hierbij kan worden gedacht aan handhavingsarrangementen op het gebied van horeca, evenementen, standplaatsen, markten etc. Zo kunnen overtredingen ook gevolgen hebben voor vergunningen.
Het toezicht op hoofdstuk Va van de Wpg en de bijbehorende ministeriele regelingen berust bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de door de bij besluit van de minister van VWS aangewezen ambtenaren. Toezichthouders beschikken hierbij altijd over een discretionaire bevoegdheid.
Op grond van hoofdstuk Va van de Wpg, de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 van 14 december 2020 en de Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen van 1 december 2020 gelden van 15 december 2020 tot en met in ieder geval 19 januari 2021 de volgende regels:
De groepsgrootte is maximaal 2 personen. Uitgezonderd hiervan zijn onder andere kinderen t/m 12 jaar, jongeren t/m 17 jaar die sport beoefenen en huishoudens;
Verbod op openstelling van alle voor publieke toegankelijke plaatsen (zoals eet-en drinkgelegenheden, coffeeshops, bibliotheken (uitgezonderd de afhaalfunctie) bioscopen, filmhuizen, concertzalen, podia voor alle genres van muziek, theaters en hiermee vergelijkbare culturele instellingen, presentatie-instellingen, casino's, arcadehallen, speelhallen, sauna’s, wellness, buurt- en wijkcentra (uitgezonderd voor activiteiten voor kwetsbaren).
Sluiten van alle voor publiek toegankelijke doorstroomlocaties (bijv. dierenparken, pretparken, markten, musea, monumenten met een publieksfunctie).
er geldt een verbod om tussen 20.00 en 06.00 uur in de openbare ruimte alcoholische dranken voorhanden te hebben of te nuttigen. Daarnaast is het verboden om tussen 20.00 uur en 06.00 uur alcoholische dranken te verkopen;
Er geldt een verbod op evenementen, met uitzondering van onder andere uitvaarten, warenmarkten in de levensmiddelenbranche, beurzen en congressen en sportwedstrijden (zonder toeschouwers) van topsporters;
Contactberoepen zijn verboden, uitgezonderd (para)medische contactberoepen.
Hotels sluiten eet- en drinkgelegenheden (incl. roomservice).
Afstandsonderwijs voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs (m.u.v. praktijkgerichte Vmbo), MBO, HBO en WO tot en met 17 januari. Uitzonderingen voor examens en ouders met een cruciaal beroep.
Sluiten van kinderopvang, uitgezonderd voor kinderen van ouder met een cruciaal beroep.
Binnensportlocaties worden gesloten, uitgezonderd van sluiting zijn locaties voor topsporters, voetballers van Eredivisie en Eerste Divisie en voor topcompetitie.
Alleen buiten sporten op 1,5 meter met maximaal 2 personen. Voor kinderen t/m 17 jaar en topsporters gelden uitzonderingen;
Er geldt een mondkapjesplicht in alle publieke binnenruimten, in het onderwijs, het openbaar vervoer of ander bedrijfsmatig personenvervoer en bij contactberoepen. Deze verplichting geldt voor kinderen vanaf 13 jaar. Uitgezonderd van de mondkapjesplicht zijn onder andere mensen met een beperking of ziekte.
Onderstaand volgt een handelingskader. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden kan de burgemeester besluiten van een maatregel af te zien, over te gaan tot een verzwaring of ook besluiten een of meerdere stappen over te slaan (en bijvoorbeeld een maatregel te treffen waar normaliter eerst een waarschuwing zou volgen).
Artikel 1.