**1..** De inkomstenvrijlating regulier en alleenstaande ouder worden éénmaal per uitkeringsperiode toegekend. Als dezelfde uitkeringsperiode wordt aangemerkt:
**a..** de periode waarin een uitkering aaneengesloten of na een onderbreking die korter is dan 30 dagen wordt voortgezet;
**b..** de situatie waarin de uitkering wordt hersteld, na een onderbreking wegens verblijf in detentie, verblijf in het buitenland of verblijf in een inrichting, ongeacht de duur van de onderbreking;
**c..** de situatie waarin na wijziging van bijvoorbeeld woon- of gezinssituatie de uitkering naar een andere norm wordt voortgezet.
**2..** Indien een nieuwe uitkeringsperiode minder dan zes maanden na de ingangsdatum van de in-komstenvrijlating aanvangt, ontstaat geen nieuw recht op de inkomstenvrijlating.
**3..** Indien een nieuwe uitkeringsperiode minder dan 30 maanden na de ingangsdatum van de inkomstenvrijlating alleenstaande ouder aanvangt, ontstaat geen nieuw recht op inkomstenvrijlating alleenstaande ouder.
**4..** De zes maanden waarin de inkomstenvrijlating regulier wordt toegepast liggen binnen een periode van maximaal 24 aaneengesloten maanden.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3.
Eenmalige toekenning per uitkeringsperiode
Onderdeel van Beleids- en nadere regels doelmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020 gemeente Dantumadiel