Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3.

Eenmalige toekenning per uitkeringsperiode

Onderdeel van Beleids- en nadere regels doelmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020 gemeente Dantumadiel

1.. De inkomstenvrijlating regulier en alleenstaande ouder worden éénmaal per uitkeringsperiode toegekend. Als dezelfde uitkeringsperiode wordt aangemerkt: a.. de periode waarin een uitkering aaneengesloten of na een onderbreking die korter is dan 30 dagen wordt voortgezet; b.. de situatie waarin de uitkering wordt hersteld, na een onderbreking wegens verblijf in detentie, verblijf in het buitenland of verblijf in een inrichting, ongeacht de duur van de onderbreking; c.. de situatie waarin na wijziging van bijvoorbeeld woon- of gezinssituatie de uitkering naar een andere norm wordt voortgezet. 2.. Indien een nieuwe uitkeringsperiode minder dan zes maanden na de ingangsdatum van de in-komstenvrijlating aanvangt, ontstaat geen nieuw recht op de inkomstenvrijlating. 3.. Indien een nieuwe uitkeringsperiode minder dan 30 maanden na de ingangsdatum van de inkomstenvrijlating alleenstaande ouder aanvangt, ontstaat geen nieuw recht op inkomstenvrijlating alleenstaande ouder. 4.. De zes maanden waarin de inkomstenvrijlating regulier wordt toegepast liggen binnen een periode van maximaal 24 aaneengesloten maanden.

Rechtspraak bij dit artikel