Naar hoofdinhoud
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.. Vergunninghouders: verblijfsgerechtigde vreemdelingen die ingevolge de Vreemdelingenwet als vluchteling toegelaten zijn dan wel beschikken over een op grond van een asielaanvraag verleende vergunning of over een voorwaardelijke vergunning tot verblijf; b.. Inburgeringscursus: cursus Nederlands taalonderwijs, oriëntatie op de Nederlandse samenleving en de Nederlandse Arbeidsmarkt; c.. Opleiding: MBO of HBO, beroepsonderwijs, volwasseneducatie; d.. Integratietraject: traject naar werk, vrijwilligerswerk, werkstage, werkervaringsplek, Participatieverklaringstraject, vervolgopleiding. Artikel 4.2. Bijdrage kosten kinderopvang 1.. Het college kan een bijdrage in de kosten van kinderopvang verstrekken, als bedoeld in de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, aan: a.. de alleenstaande ouder met een Participatiewet-, IOAW-, IOAZ- of ANW-uitkering in traject naar werk of met parttime werk; b.. de alleenstaande ouder die inburgeringsplichtig is en een uitkering ontvangt als benoemd in sub a en een inburgeringscursus volgt bij een gecertificeerde instelling. 2.. Om in aanmerking te komen voor een bijdrage in de kosten van kinderopvang, moet worden voldaan worden aan de volgende voorwaarden: a.. De bijdrage wordt slechts toegekend nadat de ouder aantoonbaar heeft onderzocht of en in hoeverre er in de eigen omgeving opvang mogelijk is die de kosten in opvang beperkt, waarbij onder meer het eigen sociale netwerk en de mogelijkheid tot het gebruik van een peuterspeelzaal van belang zijn. b.. De bijdrage als bedoeld in lid 1 sub a, wordt slechts toegekend voor de uren die noodzakelijk worden geacht om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die zijn verbonden aan het traject of om de parttime betaalde arbeid te kunnen verrichten. c.. De bijdrage als bedoeld in lid 1 sub b, wordt slechts toegekend voor de uren die noodzakelijk worden geacht om te voldoen aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de inburgering. 3.. Aan de doelgroep als bedoeld in lid 1 sub a en b kan een volledige compensatie worden verstrekt voor de eigen bijdrage. Dit is het verschil tussen kinderopvangtoeslag en de kinderopvang te betalen prijs, met in acht neming van de maximum uurprijs. De tegemoetkoming wordt gegeven over het werkelijk aantal uren per kind. 4.. Kosten boven de maximum uurprijs komen volledig voor rekening van de ouder. De hoogte van de maximum uurprijs wordt volgens de wetgever vastgesteld dat voor die prijs kwalitatief behoorlijke kinderopvang kan worden ingekocht. 5.. De vergoeding wordt in principe verleend voor een (resterende) periode van een kalenderjaar, voor zover de opvang noodzakelijk wordt geacht. In afwijking hierop kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. 6.. Voor de doelgroep als bedoeld in lid 1 sub a en b kan door het college de gemeentelijke tegemoetkoming “eigen bijdrage kosten kinderopvang” ambtshalve worden vastgesteld. De doelgroep als benoemd in lid 1 sub a ontvangt van de gemeente een verklaring die de doelgroepouder nodig heeft voor de aanvraag van de kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst. De doelgroep als benoemd in lid 1 sub b dient een verklaring aan te vragen bij DUO. 7.. Het college bepaalt, als dit noodzakelijk is, welke gegevens voor de vaststelling van het recht op een bijdrage moeten worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel