**1..** Uitgangspunten
Bij deze varianten gelden de volgende uitgangspunten:
Deze variant wordt gebruikt als de school en de extra voorziening inhoudelijk zo nauw met elkaar samenwerken dat de gebouwdelen niet meer te splitsen zijn;
Indien er gemeentelijk beleid is vastgesteld, worden de genoemde kaders in het gemeentelijk beleid gevolgd; en
De gehele voorziening (school en extra voorziening) komt in eigendom van de gemeente of het schoolbestuur. Het college beslist of de gemeente of het schoolbestuur eigenaar wordt van de gehele voorziening. Dat beslist het college op basis van deze uitgangspunten:
of het vanwege de inhoudelijke samenwerking wenselijk is dat de gemeente of het schoolbestuur eigenaar wordt van gehele voorziening
of het vanwege het beheer wenselijk is dat de gemeente of het schoolbestuur eigenaar wordt van gehele voorziening
de omvang van de extra voorziening: als de omvang van de extra voorziening kleiner is dan 125 m2 bvo, wordt het schoolbestuur eigenaar van het volledige schoolgebouw en terrein
Als het schoolbestuur eigenaar wordt van de gehele voorziening:
sluit het schoolbestuur een huurovereenkomst onder marktconforme voorwaarden met de partner voor de extra voorziening, en
maakt het schoolbestuur afspraken met het college over terugbetaling van de financiering met de huuropbrengst van de extra voorziening die het schoolbestuur ontvangt van de partner, en
heeft de gemeente het economisch claimrecht op de extra voorziening, en
wordt er een zekerheidsrecht gevestigd op het niet-onderwijsdeel ten gunste van de gemeente.
Als de gemeente eigenaar wordt van het gebouw:
sluit de gemeente een huurovereenkomst onder marktconforme voorwaarden met de partner voor de extra voorziening, en
geeft het college het onderwijsdeel van het gebouw in gebruik aan de school.
**2..** Beoordelingscriteria
Het college beoordeelt een aanvraag voor variant 3 aan de hand van de volgende criteria. De noodzaak van een extra voorziening is aanwezig als:
de extra voorziening voldoet aan de uitgangspunten zoals omschreven in lid 1, en
de mogelijkheden voor gebruik van bestaande ruimtes binnen 500 meter van de beoogde locatie van de school zijn onderzocht en aantoonbaar niet leiden tot een oplossing, en
het schoolbestuur een sluitende business case heeft gemaakt, waarin wordt aangetoond dat de kosten van de extra voorziening (stichtingskosten en gemeentelijke rekenrente) worden gedekt door de inkomsten:
**•.** bij nieuwbouw van een gebouw: in maximaal 30 jaar
**•.** bij renovatie van een bestaand gebouw: in maximaal 20 jaar, en
het schoolbestuur aannemelijk maakt dat er een duurzame en succesvolle samenwerking ontstaat, en
de ruimtelijke en juridische randvoorwaarden, waaronder het bestemmingsplan en het beoogde terrein, geschikt zijn om een extra voorziening te realiseren, en
het terrein beschikbaar is, en
de extra voorziening bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 18 jaar en het gemeentelijke beleid, en
de extra voorziening bijdraagt aan de spreiding van vergelijkbare voorzieningen over de gemeente.
Hoofdstuk
Artikel 5
Uitwerking variant 3: geïntegreerde huisvesting voor de partners
Onderdeel van Nadere regel schoolgebouwen volgens gemeentelijk beleid voor kinderen